Rainbow Crops ontwikkelt technologie waarmee meerdere genetische aanpassingen tegelijk kunnen worden getest. Artificiële intelligentie helpt daarbij om grote hoeveelheden genetische data te analyseren en te voorspellen welke wijzigingen de grootste impact hebben op eigenschappen zoals opbrengst of droogtetolerantie.
De spin-off van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) haalde 9,7 miljoen euro op in een investeringsronde geleid door het Italiaanse investeringsfonds LIFTT en LIFTT EuroInvest. Ook bestaande investeerders AIF, PINC en VIB namen deel, naast nieuwe investeerders zoals Corteva en Maia Ventures. Eerder kreeg het bedrijf al een subsidie van 7 miljoen dollar van de Gates Foundation. Het doel: zijn technologieplatform verder ontwikkelen, nieuwe gewassen toevoegen en drie à vier extra medewerkers aanwerven.
“Het gaat waarschijnlijk om de grootste seedronde ooit in de Europese agtechsector”, zegt CEO Giacomo Bastianelli. “De meerderheid van het geld wordt in Gent geïnvesteerd, in de medewerkers en infrastructuur. Er is hier een zeer goede omgeving voor plantenbiotechnologie, voor talent en infrastructuur”
Nieuwe regels
De investering komt op een belangrijk moment. Het Europees Parlement zal nieuwe regels rond zogenoemde New Genomic Techniques (NGT’s), moderne technieken voor gerichte genbewerking stemmen. Voorstanders verwachten dat de regels de ontwikkeling zullen versnellen van gewassen die beter bestand zijn tegen droogte, hitte, ziekten en plagen, hogere opbrengsten leveren of minder gewasbeschermingsmiddelen nodig hebben.
De nieuwe regelgeving maakt een onderscheid tussen beperkte genetische wijzigingen die ook via klassieke plantenveredeling hadden kunnen ontstaan en meer ingrijpende genetische aanpassingen. Voor die eerste categorie zouden de huidige ggo-regels grotendeels verdwijnen. Daardoor zouden nieuwe gewasvariëteiten sneller en goedkoper ontwikkeld en op de markt gebracht kunnen worden. Voor meer complexe genetische wijzigingen blijven de bestaande ggo-regels gelden.
Volgens Bastianelli kan Europa daardoor beter aansluiten bij landen als de Verenigde Staten, Canada, Australië en verschillende Aziatische landen, waar dergelijke technieken al langer worden toegepast. “Het voordeel is dat nieuwe variëteiten sneller op de markt kunnen komen, ten voordele van landbouwers en consumenten”, zegt hij.