Koen (40) volgde zijn vader op als smid: “Na school ging ik meteen het atelier binnen”

Koen De Bruyn (40) uit Erembodegem nam het bedrijf van zijn vader Peter De Bruyn over. Zijn eerste grote beslissing: het atelier verhuizen naar een nieuwe ruimere locatie. "Na de verhuis zag je een last van hem vallen", vertelt Koen.

In 1980 richtte Peter De Bruyn, de vader van Koen De Bruyn (40), een eigen smederij op. In zijn atelier maakte hij smeekwerk op maat. Sinds vorig jaar staat Koen aan het roer van de smederij die de afgelopen jaren groeide tot vijf werknemers. “Dat gebeurde heel organisch”, zegt hij. “Een vacature bleef openstaan en er bleven sollicitaties binnenkomen. En het klikte met die mannen.”

Wanneer wist je dat je in het familiebedrijf zou stappen?

“Ik was eigenlijk als kind al heel vaak te vinden in het atelier van mijn vader. Na schooltijd ging ik er meteen naar binnen. Het atelier was dan ook verbonden me ons huis. Na het middelbaar studeerde ik een jaar architectuur. Al wist ik meteen: ik wil met mijn handen werken.”

“Een jaar later ben ik dan in de leer gegaan bij een collega en toen ik 20 was, ben ik in het bedrijf van mijn vader gekomen. De afgelopen jaren deed hij telkens wat minder, en ik wat meer. In het begin voelde ik dat ik op zijn terrein kwam. Toen hij merkte dat dat lukte, groeide zijn vertrouwen in mij en kon hij de smederij ook steeds meer loslaten. Vorig jaar heeft mijn vader de fakkel dan helemaal doorgegeven en is onze smederij verhuisd.”

“Vorig jaar heeft mijn vader de fakkel dan helemaal doorgegeven en is onze smederij verhuisd”

Koen De Bruyn

Hoe heb jij je voorbereid op de instap in het bedrijf?

“Ik heb het natuurlijk niet in één keer op mijn kop gekregen. Dat is allemaal heel organisch gegroeid. Zo deed ik van in het begin al meteen een aantal dingen. Zo ging ik vrij snel mee om plaatsingen te doen. De reden: mijn vader deed dat niet graag. Ik maakte ook de tekeningen op de computer wat dan ook bij mij terecht gekomen is.”

Wat was je eerste belangrijke beslissing binnen het familiebedrijf?

“Mijn eerste belangrijke beslissing was om te verhuizen. Ik had het hem twee jaar geleden gezegd. We waren immers sterk gegroeid en hadden meer ruimte nodig. In het begin was het met een klein hartje en heeft hij een keer moeten slikken. Dan zijn we beginnen zoeken naar een atelier en is alles in een stroomversnelling terechtgekomen.”

“Nadien zag je een last van hem vallen en dat hij ook tevreden is. Nu kan hij langskomen in de smederij als het voor hem lukt. Hij bleef immers naar zijn bureau gaan, ook al moest hij niets meer doen.”

"Mijn vader tekende vroeger alles uit met een krijtje en liet de klant dan komen. Nu sturen we 3D-modellen naar de klant."

“Gaandeweg zijn er nog grote veranderingen gekomen, maar die kwamen er onbewust. Zo tekende mijn vader vroeger alles uit met een krijtje en liet de klant dan naar het atelier komen. Nu hebben we veel gedigitaliseerd en sturen we 3D-modellen door naar de klant voor we aan het project beginnen.”

In welke tradities of waarden van het bedrijf geloof je sterk?

“Ik voel me echt trots op de ambacht en dat komt van hem. Ik heb er even van afgeweken en gekozen voor het hippere, maar besefte dat we de focus op onze ambacht moesten houden. Nu probeer ik altijd zo trouw mogelijk aan de ambacht te blijven. Ik denk dan: we zijn smeden en geen lassers.”

“Vroeger was ik smid, terwijl ik nu meer zaakvoerder ben. Ik ben ook heel tevreden met wat we als team presteren. We hebben de hele tijd door zo’n dertig à veertig projecten lopen en we boeken steeds betere resultaten. Ons team kan grotere werken realiseren en mooie kansen grijpen.”

“Vroeger was ik smid, terwijl ik nu meer zaakvoerder ben”

Koen De Bruyn

Hoe ga je om met de verwachtingen van familie, medewerkers en klanten wanneer je als nieuwe generatie aan het roer komt?

“Druk van familie heb ik bij de overname niet echt gevoeld. De druk kwam vooral van mezelf. Na de verhuis wilde ik zo snel mogelijk operationeel zijn. Tijdens zo’n verhuis moet het snel gaan: je moet het ene pand verlaten en zo snel mogelijk opstarten in het volgende.”

Zijn er momenten geweest waarop de samenwerking tussen generaties voor spanningen zorgde? Hoe hebben jullie daar een weg in gevonden?

“Mijn vader en ik hebben altijd goed samengewerkt. We hadden professioneel dezelfde ambitie: hetgeen we aan het maken waren zo goed mogelijk maken. We botsten soms wel op persoonlijk vlak, maar omdat we familie waren, konden we die heel snel ontmijnen.”

“We hebben ook steeds op een toffe en gelijke manier samengewerkt. Het is niet zo dat ik onder het juk van mijn vader moest werken en nu die vertrokken is ik me bevrijd voel.”

"Nu is het uitzonderlijk als we een project dicht bij huis kunnen doen." Foto: Smederij De Bruyn

Welke opportuniteiten zie jij vandaag die de vorige generatie misschien minder zag?

“Het internet speelt een grote rol in onze werking. Na elk project zetten we foto’s online. Hierdoor kunnen we projecten doen in heel Vlaanderen. Mijn vader moest het veel meer van de passage en de gouden gids hebben en was de werking veel lokaler. Hij werkte ook in heel Vlaanderen, maar het was eerder uitzonderlijk dat we eens naar het Antwerpse of de kust konden. Nu verschieten we als we een serieus werk hebben vlakbij.”

Welk advies zou je geven aan jonge ondernemers die ooit een familiebedrijf willen overnemen?

“Als je een familiebedrijf overneemt, moet je weten wat er voor jou gebeurd is. Je moet beseffen wat de generaties voor jou gedaan hebben en daar ook trouw aan blijven. Met die geschiedenis in het achterhoofd heb je ook een grote meerwaarde. In mijn geval blijft ik trouw aan de ambacht.”

“Op onze site staat mijn vader ook nog steeds vermeld als de pater familias. In het logo van de smederij staat ook een portret van mijn vader dat mijn grootvader maakte. Of er na mij nog een generatie komt, weet ik nog niet. Al zegt mijn zoontje van zeven wel soms dat hij smid wil worden. Hij komt wel vaak langs en knutselt ook graag. Maar ik ga het hem zeker niet opdringen om smid te worden.”