Werknemers die via hun werk recht hebben op een bedrijfswagen, kunnen in plaats daarvan kiezen voor een mobiliteitsbudget als hun werkgever die mogelijkheid aanbiedt. Dat geld kan je gebruiken voor het leasen van een kleinere, groenere wagen, voor het bekostigen van duurzame vervoersmiddelen zoals de fiets en het openbaar vervoer of zelfs voor het betalen van de huur van je woning.
Het mobiliteitsbudget wordt steeds populairder, meldt Acerta. In 2024 bood 3,4 procent van de werkgevers de mogelijkheid aan, nu kan je er al bij 4,5 procent van de bedrijven aanspraak op maken. Vanaf 2027 wordt het voor alle bedrijven met meer dan vijftig werknemers verplicht om een mobiliteitsbudget aan te bieden, als zij ook bedrijfswagens ter beschikking stellen. Voor kleine ondernemingen gaat de verplichting pas in 2028 in.
Over de nieuwe regels heerst echter nog veel onduidelijkheid, zo blijkt uit de bevraging van Acerta. Voor bijna drie op de vier werkgevers (72 procent) die op dit moment nog zonder mobiliteitsbudget werken, is onduidelijkheid over de regels en uitzonderingen daar de voornaamste reden voor. Zes op de tien kleine ondernemingen zijn zelfs resoluut tegen de verplichte invoering. Ruim 68 procent van de kleine kmo’s zou dan ook geen mobiliteitsbudget invoeren, als dat voor hen niet verplicht zou zijn.
“Kleinere bedrijven zijn vooral ongerust over de administratieve lasten of extra kosten die het mobiliteitsbudget met zich zal meebrengen”, legt Charlotte Thijs van Acerta uit. Thijs verwijst bijvoorbeeld naar de vraag welke werknemers uiteindelijk onder de verplichting zullen vallen. Oorspronkelijk was het de bedoeling om bepaalde categorieën uit te sluiten, maar die regels zouden weggevallen zijn in de laatste versie van het wetsontwerp.
Het voorontwerp van de federale regering moet nu nog advies krijgen van de Raad van State, de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en de Nationale Arbeidsraad. Pas daarna kan er in het parlement over gedebatteerd en gestemd worden.