michael-de-nil-morse-micro Foto: RR

DOSSIER. Temsenaar Michael De Nil zet in Australië de techindustrie op zijn kop: “Al drink ik nog geregeld een goeie Belgische trappist”

Het internationale verhaal van de Belgische ondernemer Michael De Nil (39) begint als het ware simultaan met het prille begin van zijn leven. De Nil is namelijk in Zuid-Afrika geboren, maar zijn ouders zijn beide Belgisch. In het jaar dat hij vier wordt, maakt het gezin de oversteek naar het Oost-Vlaamse Temse, waar hij het merendeel van zijn jeugd doorbrengt. Wat hem dan bezielt om als gast van halverwege de twintig naar het verre Australië te verhuizen? “Op slag verliefd geworden.”

Voor zijn hogere studies verbleef hij aanvankelijk nog even op Belgische bodem, maar na twee jaar keek hij voor het eerst, op zijn geboorte na dan, over het muurtje. De ingenieursstudent verkast voor enkele jaren naar de noorderburen om er op Erasmus-uitwisseling te gaan. Eerst in Den Haag, gevolgd door de Technische Universiteit van Eindhoven. In die laatste stad blijft hij nog even plakken en start er meteen ook zijn professionele loopbaan. “Ik ben als onderzoeker beginnen werken bij Imec, daar was toen net een vestiging van hen geopend”, zegt Michael De Nil. “Na drie jaar hield ik het daar voor bekeken en ben ik naar Australië verhuisd met mijn vrouw Micha en mijn toen eenjarige dochter Liz.”

LEES OOK. DOSSIER. Leuvense Emiel (25) bindt vanuit New York strijd aan met CO2-uitstoot: “Die think big-mentaliteit is toch wel iets dat ik mis in België”

Euh, wacht eens even. Naar Australië?

“Ik was in die periode een paar keer naar daar op vakantie geweest. Het leek me een leuk land om te wonen en dan is het snel gegaan. Ik had een visum aangevraagd, vergelijkbaar met de Amerikaanse greencard. Je moet gewoon aan bepaalde voorwaarden voldoen”, vat De Nil zijn vertrek samen alsof het een uitje naar de dichtstbijzijnde Center Parcs betrof.

Het is intussen dertien jaar geleden dat De Nil zijn hebben en houden in België achterliet en samen met zijn kroost het ruime sop koos en naar het land van de kangoeroe vertrok, meer bepaald naar de grootstad Sydney. Zonder werk, zonder groot plan. “Ik ben heel clichématig op één van de voorgaande reizen verliefd geworden op het land. Lang heb ik niet moeten nadenken om de stap te zetten. Het is een erg mooi land, een leuke mix tussen Europese, Amerikaanse en Aziatische culturen. Hier wonen ontzettend veel verschillende nationaliteiten. En je wordt hier erg snel aanvaard door iedereen. Uiteraard is het ook mooi meegenomen dat het weer hier altijd goed is.” (lacht)

Die multiculturaliteit spreekt De Nil enorm aan. “Door met verschillende mensen van andere culturen te spreken, kan je veel meer leren dan in een typisch Vlaams dorpje zoals Temse. Het is er zo divers, dat je elke keer weer iets nieuws leert”, zegt hij. “Die verscheidenheid maakt het zo fijn om hier te wonen. Iedereen omarmt elkaar. Zeker in deze industrie is iedereen heel open. Racisme, om maar iets te noemen, dat komt hier nauwelijks voor.”

 

“Die verscheidenheid maakt het zo fijn om hier te wonen. Iedereen omarmt elkaar.”

MICHAEL DE NIL

Met de koelkast op het internet

Even ter zake dan. Er moet natuurlijk brood op de plank komen om samen met het gezinnetje van al dat moois te kunnen genieten. Drie maanden nadat hij de deur van Imec in het Nederlandse Eindhoven achter zich dichttrok, ging De Nil aan de slag als ingenieur bij het Amerikaanse techbedrijf Broadcom Limited, dat chips fabriceert voor techgiganten waaronder Apple.

Na een periode van zes jaar besloot de Temsenaar van oorsprong om bij Broadcom te vertrekken en een eigen bedrijf uit de grond te stampen. In 2016 richtte hij samen met collega Andrew Terry Morse Micro op. “De naam zegt het misschien al een beetje, maar wij zijn dus gespecialiseerd in chips, gekoppeld aan een wifi-verbinding met een bereik van meer dan één kilometer.”

“Die speciaal ontworpen chips stoppen we in allerlei huishoudtoestellen om ze vervolgens te verbinden met het internet met de bedoeling om ze slimmer te maken”, legt de Australische Belg uit.

45 nationaliteiten

Al was het geen evidentie om in Australië een chipbedrijf te starten. “Toen ik hier dik tien jaar geleden landde, waren er slechts een handvol techbedrijven, en dan nog meestal Amerikaans. Mijn motivatie was om die industrie echt te laten openbloeien.”

En dat ambitieuze plan lijkt -een decennium later- aardig tot stand te komen. Het Belgisch-Schots duo bouwde het bedrijf op amper zeven jaar tijd uit tot een internationale speler -veruit de grootste in zijn soort op het Australische continent – met 180 mensen aan boord met maar liefst 45 verschillende nationaliteiten.

LEES OOK. DOSSIER. Raf Segers uit Sint-Niklaas maakt het mooie weer in Bologna: “De liefde van een Italiaan gaat door de maag”

 

“Mensen gaan om 6 u in de ochtend, zelfs voor dat ze naar het werk gaan, nog even zwemmen of kajakken in de oceaan. Alles loopt hier heel gemoedelijk.”

MICHAEL DE NIL

Er moet dan toch iets in de Australische grond zitten dat mensen zo aantrekt om van heinde en herre naar the land Down Under te verhuizen. “Ik denk dat mensen hier over het algemeen gelukkiger zijn, waardoor ze ook graag hard werken. Hier heerst ook een beetje de Amerikaanse mentaliteit van veel dingen te proberen en er hard voor te gaan.”

Dat laat zich ook zo gevoelen in het bedrijfsleven, zegt de CEO en medeoprichter van Morse Micro. “Als je als beginnende ondernemer een goed idee hebt, gaan mensen al snel jou daarin ondersteunen en met geld over de brug komen om in jouw bedrijf te investeren zodat je heel snel kan groeien en bepaalde zaken waarmaken. Bovendien is het veel eenvoudiger dan in België bijvoorbeeld om een bedrijf op te richten, het loopt meer straight forward. Je kan bij wijze van spreken nu online gaan en na een halfuurtje klikken heb je een bedrijf opgericht. In België is dat jammer genoeg veel meer gedoe.” (lacht)

Tegelijkertijd hebben aussies veel plezier in wat ze doen, licht de naar Australië uitgeweken ondernemer toe. “Bij ons in het bedrijf komt iedereen goed met elkaar overeen. Dikwijls gaan we na het werk nog een goed glas drinken of plannen we zelfs samen activiteiten in het weekend. Zo bouwen we zelf aan een gemoedelijke werksfeer”, klinkt het.

’s Morgens zwemmen in de oceaan, ‘s avonds een Belgische trappist

“Wat je hier ook ziet, is dat mensen om 6 u in de ochtend, zelfs voor dat ze naar het werk gaan, nog even gaan zwemmen of kajakken in de oceaan”, gaat De Nil verder. “Alles loopt hier heel gemoedelijk. Dat komt ook deels doordat er hier in Sydney een geweldig goed geregeld openbaar vervoer is. Niemand rijdt hier zelf naar het werk, mensen klagen hier dan ook niet van het drukke verkeer of  in een file te staan zoals dat in België natuurlijk wel het geval is.” (lacht)

“Dat maakt ook dat je ’s avonds makkelijk nog iets kan gaan drinken onder collega’s, in België gebeurt dat niet snel, denk ik. Daar keert iedereen meteen weer huiswaarts naar zijn of haar familie. Die enorme collegialiteit maakt het hier gewoonweg zalig om te wonen”, besluit De Nil.

Tot slot geeft de genaturaliseerde aussie nog een leuk weetje mee: “Op het bureau hebben we een soort bar met een hele hoop Belgische bieren en bijbehorende glazen. Een leuke manier om collega’s die uit zowat alle uithoeken van de wereld komen te laten proeven en genieten van het beste dat België te bieden heeft. Het gebeurt weleens dat we de werkdag afsluiten met een lekkere trappist. Een gewoonte waar ik niet gauw van zal afstappen”, aldus de Michael De Nil. (schatert)