Volgens De Ridder is budgettaire discipline noodzakelijk, onder meer bij vervoersmaatschappij De Lijn. Het bedrijf beschikt jaarlijks over een budget van ongeveer 1,6 miljard euro, maar sluit de afgelopen jaren telkens af met een tekort. Daarom wordt er 35 miljoen euro bespaard. “Dat is niet prettig, maar wel nodig om de rekeningen te laten kloppen”, stelde de minister. Ze benadrukte dat de besparing zo weinig mogelijk impact moet hebben op reizigers.
Naast besparingen wil De Ridder ook hervormingen doorvoeren. Zo wordt onder meer gekeken naar een herziening van de autokeuring, die ook geldt voor bussen. Volgens de minister moet Vlaanderen daarbij opnieuw nadenken over zijn kerntaken.
Investeren in mobiliteitsinfrastructuur
Een belangrijk onderdeel van het beleid blijft investeren in mobiliteitsinfrastructuur. Via het Geïntegreerd Investeringsprogramma (GIP) gaat momenteel jaarlijks 1,8 miljard euro naar grote infrastructuurwerken. Tegen 2029 moet dat oplopen tot 2,2 miljard euro. Van de 45 grote projecten in Vlaanderen bevinden er zich 18 in Vlaams-Brabant.
Ook de herinrichting van de Brusselse Ring blijft een prioriteit. Voor dat project is tot 2040 ongeveer 5 miljard euro voorzien. Tegelijk werd de geplande sneltram langs de A12 tussen Willebroek en Brussel geschrapt, waarvoor alternatieven worden onderzocht.
Volgens Kris Claes, gedelegeerd bestuurder van Voka-KvK Vlaams-Brabant, zijn goede mobiliteit en bereikbaarheid cruciaal om ondernemerschap in de regio te ondersteunen. De Ridder wil daarbij ook sterker inzetten op innovatie, zoals eco-combi’s, elektrische vrachtwagens en zelfrijdende voertuigen.