De regering wil in 2026 en 2028 een centenindexering doorvoeren. Wie een brutoloon heeft van meer dan 4.000 euro, zal boven dat bedrag niet worden geïndexeerd. Over de details is echter nog heel wat onzekerheid. En de regering moet de ingreep op de index ook juridisch nog rond krijgen.
Voor een grote groep werknemers dringt de tijd, omdat hun lonen op 1 januari worden aangepast aan de index. Dat is het geval voor het paritair comité 200, dat een amalgaam van sectoren overkoepelt en goed is voor meer dan een half miljoen bedienden. Ook andere sectoren indexeren de lonen op 1 januari. Dat is bijvoorbeeld het geval voor de 350.000 werknemers uit de voedingsindustrie, de horeca en de transportsector.
HR-specialist SD Worx, dat de lonen van 1,2 miljoen werknemers in de privésector en daarbuiten berekent, gaat er maandag van uit dat dat zo goed als onmogelijk wordt. Dat zegt Geert Vermeir, juridisch expert van SD Worx. “Voor de index van januari 2026 hebben we finale wetgeving nodig tegen uiterlijk eind december dit jaar. De kans dat dat lukt, is bijzonder klein, in de zin van waarschijnlijk onmogelijk. De complexiteit van het dossier én de parlementaire procedure vragen meer tijd dan enkele weken.”
In dat geval zal de volle indexering moeten worden toegepast in januari, aldus nog de juridisch expert. Retroactief het loon terugvorderen op een later tijdstip is zowel technisch als juridisch onmogelijk. En enkele weken tijd kopen in januari is evenmin een optie, legt Vermeir uit. “Het recht op de index begint te lopen op 1 januari.”