Wat is er precies gebeurd? ZEB wou een heel jaar door solden geven en deed dat ook. De Belgische wetgeving stelt echter dat dit alleen mag in twee vaste soldenperiodes en een sperperiode. De FOD Economie stuurde een resem boetes, maar die worden nu teruggedraaid. Na vijftien jaar lang procederen heeft de Raad van State immers definitief in het voordeel van ZEB beslist. Volgens de kledingketen betekent dit het einde van de soldenperiode en mogen het voortaan elke dag solden zijn.
“De soldenwetgeving is er altijd geweest ter bescherming van de consumenten én de kleine ondernemers. Dat is echt een troef van België en maakt ons zo’n sterk kmo-land”, zegt NSZ-regiodirecteur Nico Volckeryck. Daar zal de uitspraak van donderdag volgens hem niet meteen iets aan veranderen.
“ZEB mag het woord ‘solden’ nu een heel jaar door gebruiken, maar mag nog altijd niet zomaar doen wat in de klassieke soldenperiodes wel mag, zoals verkopen onder de inkoopprijs. Dán zou het pas een zwarte dag zijn”, meent hij.
“Dit is in mijn ogen een pyrrusoverwinning. Ze kunnen voortaan wel een heel jaar uitpakken met deals, maar mogen nog altijd niet onder de inkoopprijs verkopen”
Nico Volckeryck, Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen (NSZ)Vrij spel
“Concreet voorbeeld: een grote keten kan dan een winkel openen en zich permitteren om een jaar lang te laag te verkopen, tot alle kleinere winkels in de buurt failliet zijn. Dan is er vrij spel om hun goesting te doen. Een nieuwe zaak starten wordt op die manier ook onmogelijk. Maar zover is het voor alle duidelijkheid nog niet.”
De euforie bij ZEB en de vrees van kleine ondernemers wil Volckeryck dus wel enigszins temperen. “ZEB wil eigenlijk de overheid uitdagen en zien hoe ver ze hun grenzen kunnen leggen. Maar dit is in mijn ogen een pyrrusoverwinning. Ze kunnen voortaan wel een heel jaar uitpakken met deals, maar mogen dus nog altijd niet onder de inkoopprijs verkopen. Op den duur gaat de consument ook niet meer geloven dat het gaat om échte deals. Vergelijk dat met een lokale modezaak die tijdens de soldenperiode min 20 procent geeft: daar mag je zeker zijn dat het effectief een goeie deal is.”
Volckeryck, en bij uitbreiding de NSZ, blijven hoe dan ook voorstanders van de klassieke soldenperiodes in januari en juli. “In Antwerpen bijvoorbeeld merken we dat in de soldenmaand januari opmerkelijk veel Nederlanders afkomen om te shoppen. Hele gezinnen komen dan hun inkopen doen. De hotels zitten ook vol met winkelaars van overal. Bij veel mensen blijft dat erin zitten. Ons standpunt is altijd geweest: behoud de soldenperiode, behoud de soldenwetgeving”, aldus Nico Volckeryck.
Oona Smets, zaakvoerster van Alibi in Mechelen: “Beschermd gevoel valt weg”
“Dit is echt niet oké”, vindt Oona Smets. Ze is zaakvoerster van herenboetiek Alibi in Mechelen en vierde een maand geleden nog de veertigste verjaardag van haar zaak.
“We hadden toch een beetje een beschermd gevoel in België, maar op deze manier valt dat weg. We gaan de Nederlandse toer op, waar de solden al een heel jaar aan een stuk duren. Hier lijken de grote ketens soms ook hun goesting te kunnen doen, maar toch. De mensen hebben nog altijd wel het idee dat er tijdens de soldenperiodes mooie koopjes te rapen zijn. Dat leeft echt en dat is belangrijk.”
En nu? “Wij moeten als kleinere zaak vooral blijven proberen om het verschil te maken met onze service en de collecties. En volgens mij lukt dat nog altijd wel”, blijft Smets positief. “In de voorbije veertig jaar heb ik al héél veel meegemaakt. Intussen weet ik: schakelen wanneer nodig, vooruitdenken en hoopvol blijven. Dan komt alles goed.”
