Het verschil heeft betrekking op verschillende kosten, zoals de luchthaventaks, kosten voor de beveiliging en de ’terminal navigation charge’. Dat laatste is een bedrag dat luchtverkeersleider skeyes krijgt per opstijgend vliegtuig. Op Brussels Airport moeten de luchtvaartmaatschappijen een deel van dat bedrag betalen, op Charleroi komt de overheid voor het volledige bedrag tussen. Dat geeft Brussels Airlines een nadeel tegenover Ryanair, de grootste speler in Charleroi.
“We willen dezelfde regels voor dezelfde luchthavens”, stelde CEO Dorothea Von Boxberg tijdens een persconferentie over de cijfers. De uitleg dat Charleroi subsidies krijgt omdat het een regionale luchthaven is, gaat volgens haar niet meer op. “Met meer dan tien miljoen passagiers is Charleroi geen regionale luchthaven meer”, zei Von Boxberg.
Of Brussels Airlines te veel betaalt of luchtvaartmaatschappijen in Charleroi te weinig, is voor Von Boxberg niet de hoofdzaak. “Er moet een level playing field (een gelijk speelveld, red.) zijn, dat is de kwestie”, klonk het. In dat opzicht is Brussels Airlines niet volledig ontevreden met de aangekondigde verhoging van de federale vliegtaks, omdat die “voor alle passagiers dezelfde zal zijn en het dus een beetje eerlijker maakt”.
De onvrede is niet nieuw. Brussels Airlines diende in 2023 al een officiële klacht in bij de Europese Commissie tegen de “onwettige staatssteun” die de luchthaven van Charleroi volgens de luchtvaartmaatschappij krijgt. De maatschappij kreeg daar naar eigen zeggen tot nu toe nog geen reactie op.