“Een dergelijk verschil in behandeling is onaanvaardbaar”, klinkt het. “De huishoudhulpen die Brusselse dienstencheques ontvangen, oefenen hetzelfde beroep uit als hun collega’s elders: niets rechtvaardigt hun uitsluiting.” Het leidt tot “een concurrentieverstoring: de werknemers zullen er alle belang bij hebben om Brussel te verlaten voor Vlaanderen of Wallonië”.
Verder schendt de loonsverhoging in Vlaanderen en Wallonië de federale loonnormwet, die de loonmarge voor 2025-2026 vastlegt op nul procent. “Als gevolg daarvan zullen de ondernemingen die de loonsverhoging zullen toekennen, blootgesteld worden aan aanzienlijke sancties (tot 500.000 euro per onderneming)”, stellen de dienstenchequebedrijven. “De ondertekening van de cao brengt dus alle ondernemingen in het land in ernstige juridische onzekerheid, aangezien de loonnorm nationaal van toepassing is.”
Tot slot is de cao “praktisch onbetaalbaar in Brussel zonder de noodzakelijke begeleidende maatregelen”. De dienstenchequebedrijven “eisen uitdrukkelijk” dat de sociale partners de cao intrekken en dat de federale overheidsdienst (FOD) Werkgelegenheid de cao weigert neer te leggen. “Wij zijn bereid op een constructieve manier samen te werken met de sociale partners en de regionale en federale autoriteiten om een rechtvaardige en legale oplossing te vinden. Maar we zullen niet zwijgen over een maatregel die onrechtvaardig, discriminerend, onwettig en onbetaalbaar is”, besluiten ze.
Aaxe, Magabel, Maxi Clean, Les P’tites Fées Bleues, Batist, IKR Consulting, Magiconcept en 1st Belgium Service stellen ongeveer 10.000 huishoudhulpen tewerk. In totaal werken 28.000 huishoudhulpen met dienstencheques van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.