imec

Imec start testlijn voor volgende generatie chips op

Bij het Leuvense onderzoekscentrum imec is maandag een testlijn ingehuldigd voor de ontwikkeling van de volgende generatie chips, met onderdelen die tienduizenden keer kleiner zijn dan de dikte van een menselijk haar. Het gaat om een investering van 2,5 miljard euro, die een cruciale rol zal spelen in de technologische soevereiniteit van Europa, klonk het bij de inhuldiging.

De NanoIC-pilotlijn zal de ontwikkeling mogelijk maken van transistoren kleiner dan 2 nanometer (een nanometer is een miljoenste van een millimeter). Transistoren zijn de kleinste onderdelen van chips. Hoe meer ervan in een chip passen, hoe krachtiger de chip wordt.

De omvang van de investering en de verscheidenheid van de geldschieters – Vlaanderen, de Europese Unie en private bedrijven zoals de Nederlandse chipmachinefabrikant ASML – tonen het belang aan van onderzoek naar steeds performantere chips.

Open voor bedrijven uit heel Europa

“AI en de vooruitgang in chiptechnologie hertekenen onze manier van leven, werken en innoveren”, zei imec-topman Luc Van den hove. “Als we in Europa op het voorplan willen blijven van die digitale revolutie, is het essentieel dat we toegang hebben tot ’s werelds meest geavanceerde halfgeleidercapaciteiten.”

Imec zal de testlijn openstellen voor bedrijven uit heel Europa, die hun innovaties in Leuven kunnen komen uittesten en uitwerken. Dat moet uiteindelijk de hele Europese chipsindustrie versterken, de centrale doelstelling van de EU Chips Act die intussen vier jaar geleden voor het eerst op tafel werd gelegd. “De inhuldiging vandaag toont dat de Europese chipambities realiteit worden”, stelde Henna Virkkune, vicevoorzitter van de Europese Commissie.

Ook premier Bart De Wever en Vlaams minister-president Matthias Diependaele benadrukten de Europese dimensie van de testlijn bij imec. “Dit is een belangrijke verwezenlijking voor Europese technologische soevereiniteit”, stelde Diependaele. De Wever sprak van “een strategisch instrument waarmee we de kloof verkleinen tussen fundamenteel onderzoek en industriële productie”.