Wat betekent deze award voor jullie familiebedrijf?
“Het is fijn om op een andere manier in de picture te staan. Ik ben beginnen glasblazen op mijn achtste en voelde me meteen ambachtsman. Daarna heeft het twintig jaar geduurd voor ik mezelf kunstenaar durfde noemen. En nu, dertig jaar later, durf ik dankzij zo’n titel eindelijk ook ondernemer te zeggen. We zitten met glasblazen sowieso in een niche, en het is prettig dat we ook onder de KMO’s gezien worden. Het is niet alleen kunst of ambacht, het is elke dag een bedrijf runnen. En dat we in België de enigen zijn die met écht kristal werken, maakt deze bekroning nog mooier.”
The Crystal Waffle ontstond ooit toevallig. Wanneer voelde u dat het écht een product met potentieel was?
“Dat verhaal begint in mijn kindertijd. Mijn vader en ik kochten eens een oud wafelijzer op een rommelmarkt. Na elke blaassessie blijft er kristal in de oven zitten dat eruit moet, anders barst de pot. We scheppen dat restkristal dan uit met dat wafelijzer, zoals in de stripverhalen van Nero, altijd een wafelenbak. Dat werd bijna een familieritueel. Museum M heeft die wafels later opgepikt, en zo zijn ze zelfs bij Japanse opkopers terechtgekomen. Het leukste is dat het succes voortkomt uit iets heel speels en eenvoudigs. Soms ben je als kunstenaar maanden aan het zoeken naar vorm en betekenis, en dan blijkt het spontaanste idee het sterkst.”
Wat maakt de Crystal Waffle zo aantrekkelijk voor zowel toeristen als verzamelaars?
“Het is iets heel Belgisch. Iedereen kent wel een Brusselse of Luikse wafel. Onze versie is gemaakt met Belgisch kristal, met zand uit Lommel: het is dus volledig lokaal. Het glinstert prachtig door die wafelstructuur. En de vorm roept bij veel mensen iets nostalgisch op: de grootmoeder die wafels bakt, familiemomenten… Het heeft heel veel herkenningspunten. Ik denk dat dat het succes verklaart.”
Na dertig jaar durf ik mezelf eindelijk ondernemer te noemen
Daan Theys
Hoe belangrijk is dat lokale verhaal voor jullie werk?
“Dat zit in alles wat we doen. We zijn een familiebedrijf dat al veertig jaar erfgoed restaureert: kerken, kapellen, openbare gebouwen… Die symboliek van de wafel past daar mooi bij, het verwijst naar onze cultuur en waarden. We zijn heel sterk verbonden met onze streek en proberen dat ook uit te dragen.”
Jullie krijgen steeds meer internationale aandacht. Hoe ervaart u dat?
“Dat doet deugd, natuurlijk. Je kan heel lokaal werken, maar om te blijven ondernemen moet je ook buiten je kerktoren kijken. De wereld is kleiner geworden, exporteren is makkelijker. Als men van zo ver naar ons product komt kijken, zoals uit Japan, dan is dat goed voor ons ego, maar ook voor de toekomst. Je regio is op een bepaald moment ‘uitgekocht’, zeker als je met interieurstukken werkt. Dan moet je nieuwe doelgroepen bereiken.”
Heeft de award intussen al extra interesse of nieuwe klanten opgeleverd?
“Er lopen enkele gesprekken, maar nog niets concreets. Wel al heel wat reacties van mensen die het in restaurants willen gebruiken of in hun winkel verkopen. Maar officiële bestellingen zijn er nog niet.”
Hoe verloopt het creatieve en technische proces achter zo’n ogenschijnlijk eenvoudig object?
“Het lijkt simpel, maar technisch is het dat absoluut niet. We halen vloeibaar kristal uit de oven, gieten dat op het wafelijzer en spelen dan heel precies met temperatuur. Daarna moet het in een afkoeloven die urenlang op 500 graden blijft en dan heel traag afzakt. Door de wafelvorm, die eigenlijk een soort granaatstructuur heeft, mogen er geen spanningen in het glas blijven zitten, anders barst het. Het vergt dus veel controle en tijd om iets te maken dat generaties meegaat.”
Soms ontstaat het strafste design uit een heel eenvoudige, natuurlijke handeling
Daan Theys
Jullie runnen alles vanuit het atelier in Holsbeek. Welke uitdagingen brengt dat met zich mee?
“Vooral tijd. We doen alles zelf: ontwerp, uitvoering, plaatsing, administratie. In drukke periodes werken we met een freelancer, maar de fijne afwerking moet in onze handen blijven. Het is oude ambacht en moeilijk door te geven. We leiden wel mensen op, maar dat vraagt jaren. Ook het voortdurend schakelen tussen creatief denken en ondernemen is een uitdaging.”
Is deze award voor jullie ook een kans om te tonen dat glasblazen in Vlaanderen nog springlevend is?
“Absoluut. Mensen kennen het simpelweg niet meer—zeker niet bij ons. In het zuiden van Europa leeft het nog. In Vlaanderen zijn we eigenlijk nog de enige kristallerie op dit niveau. Klein, maar met dezelfde passie. Het is elke dag sleutelen, bijleren, innoveren.”
Wat kunnen we nog verwachten in de toekomst?
“Er staan nog veel ideeën klaar: kunstwerken, integraties in gebouwen, monumenten… We hebben ooit een volledige kapel gemaakt. Zolang we mensen kunnen verwonderen, blijven we doorgaan. Mijn ouders stoppen pas als ze erbij neervallen, denk ik. (lacht) En gelukkig: de opvolging lijkt verzekerd. Mijn zoon is nu acht en is al begonnen met glasblazen, een jaar vroeger dan ik.”