De opmars van AI in de Belgische economie is onmiskenbaar. Dat benadrukt federaal minister van Werk David Clarinval (MR) op een persconferentie meteen met een kwinkslag: het rapport is nièt opgesteld met ChatGPT. In 2025 gebruikte bijna 35 procent van de ondernemingen minstens één vorm van de technologie, een explosieve stijging met 20 procentpunt in amper twee jaar tijd. Vooral in de energiesector (90 procent) en de ICT-sector (78 procent) is AI niet meer weg te denken.
Blootgesteld aan AI
Die doorgedreven digitalisering heeft directe gevolgen voor de werkvloer. “We horen vaak dat artificiële intelligentie massaal banen zal vernietigen”, zegt Clarinval. Zo’n vaart zal het volgens hem echter niet lopen. Momenteel zijn er nog geen negatieve effecten op de werkgelegenheid door AI in België. “Het verandert echter wel de manier van werken”, klinkt het. De HRW berekende namelijk dat 43 procent van de jobs in België “sterk blootgesteld” is aan AI.
De impact is het grootst bij bureaujobs. Voor managers (84 procent blootstelling) en intellectuele beroepen dient AI vaak als een hulpmiddel om productiever te werken. Maar voor administratief personeel oogt het plaatje somberder. Hoewel ook zij sterk blootgesteld zijn (79 procent), is de zogeheten “complementariteit” laag. Hun taken zijn vaak repetitief en eenvoudig te automatiseren, waardoor het risico toeneemt dat AI hen niet ondersteunt, maar op termijn vervangt. Opvallend: omdat vrouwen vaker in administratieve jobs werken, is ook voor hen de kans groter om in de toekomst een negatieve impact te ervaren.
Carrièreladder
Clarinval benadrukt dat ons land kampt met structurele arbeidstekorten die tot de hoogste van Europa behoren. Het zijn echter net de jobs die het minste negatieve impact door AI ervaren waar de grootste tekorten zijn, klinkt het. “Knelpuntberoepen, of het nu in de bouw is of in de zorg, zijn niet de beroepen die de grootste impact zullen ondervinden van artificiële intelligentie”, stelt de minister.
De HRW waarschuwt bovendien voor een extra negatieve impact van generatieve AI op jongeren. Jonge werknemers voeren vaak taken uit die gebaseerd zijn op theoretische kennis en routine om ervaring op te doen. Net die taken zijn relatief eenvoudig te automatiseren. De “impliciete kennis” en opgebouwde expertise beschermen oudere werknemers beter tegen vervanging.
Het gevolg is dat het voor starters moeilijker wordt om de eerste stappen op de carrièreladder te zetten. Bovendien blijkt de Belgische jeugd slecht voorbereid op deze nieuwe realiteit. Slechts 36 procent van de 16- tot 24-jarigen beschikt over digitale vaardigheden boven het basisniveau. Dat cijfer ligt onder het Europese gemiddelde van 43 procent en ver achter op koploper Nederland (63 procent).
De Raad pleit voor een dringende inhaalbeweging in het onderwijs en meer aandacht voor STEM-richtingen om de toekomstige generatie weerbaar te maken op de arbeidsmarkt. “Digitale vaardigheden worden een beslissende factor voor de toekomst. Kennis zal morgen niet langer het verschil maken, maar wel begrijpen hoe je aan te passen”, besluit Clarinval.


