Het nieuwe gebouw in Beersel biedt ruimte aan een groeiend aantal medewerkers binnen Amab, dat vandaag zo’n 800 mensen tewerkstelt verspreid over drie locaties: Asse, Beersel en Zaventem. De site wordt een centrale hub waar nieuwe werkvormen, technologieën en samenwerkingsmodellen in de praktijk worden getest en toegepast.
Strategisch partnerschap
Amab en de VUB kondigen hun strategische samenwerking aan op een moment waarop de maatwerksector snel verandert. Opdrachten worden complexer, ervaren medewerkers stromen uit en klassieke businessmodellen komen onder druk te staan. Met het partnerschap willen beide organisaties een toekomstgericht model ontwikkelen waarin inclusieve tewerkstelling en economische performantie elkaar versterken.
“Deze samenwerking is essentieel om onze transitie doelgericht vorm te geven”, zegt Marc Dedobbeleer, voorzitter van Amab. “We willen werk werkbaar houden, mensen laten groeien en tegelijk inspelen op een snel veranderende markt.”
Werkbaar werk
De samenwerking focust op vier thema’s: werkbaar werk, persoonlijke groei, nieuwe waardecreatie en kennisdeling. In het nieuwe gebouw van Amab worden meteen concrete innovaties ontwikkeld en getest, zoals AI-gestuurde digitale werkinstructies, projectiegebaseerde begeleiding, systemen voor competentie-inschatting, laagdrempelige feedbacktools en beeldverwerking voor kwaliteitscontrole. De toepassingen worden onmiddellijk getest en in de praktijk gebracht.
Wat het partnerschap bijzonder maakt, is de keuze voor een geïntegreerde aanpak: onderzoek, co-creatie en praktijktesten lopen parallel. Hierdoor kunnen oplossingen direct geïmplementeerd en duurzaam verankerd worden in de organisatie. Op langere termijn willen Amab en de VUB hun inzichten delen met de hele maatwerksector.
“Wij verbinden onze wetenschappelijke expertise graag met concrete maatschappelijke uitdagingen”, zegt Peter Schelkens, vicerector Innovatie en Valorisatie aan de VUB. “Samen met Amab bouwen we aan oplossingen die niet alleen onderzocht worden, maar ook getest, toegepast en duurzaam verankerd worden in de praktijk.”

