Tijdens het seminarie, dat de naam Kaarten op tafel meekreeg, lichtte de Loterij een reeks studies en peilingen over het gedrag van haar spelers toe, zowel tegenover hun eigen spelen als die van andere aanbieders.
“Door onze cijfers op tafel te gooien, gaan we ermee akkoord bekeken, ondervraagd en vergeleken te worden”, stelde gedelegeerd bestuurder Jannie Haek. “Het is de prijs die we moeten betalen als we een serieuzer beleid willen voeren, gebaseerd op feiten en de werkelijke risico’s van gokken. Het moment is gekomen om proportionele maatregelen te nemen en zo te komen tot een correct gereguleerde sector, waarin er plaats is om vrij te ondernemen zonder schade te berokkenen aan de gemeenschap, een naaste of zichzelf.”
De overheidsorganisatie wil met name dat er een onafhankelijk, sectorgebonden meetinstrument komt, dat van toepassing is op alle spelen. Daarvoor moeten alle actoren echter hun gegevens delen. Daarnaast wil de Loterij ook dat alle platformen een risicogebaseerde aanpak aan de dag leggen.
Instrumenten
De Nationale Loterij lijstte op welke instrumenten ze zelf inzet om de spelers te beschermen. Het gaat dan bijvoorbeeld om limieten op stortingen en op winst en verlies. Daarnaast wordt het gokgedrag door artificiële intelligentie geanalyseerd om ontradende boodschappen te sturen of tussenbeide te komen als er een risicogeval wordt gedetecteerd. Volgens de Loterij werden die limieten door bijna 95 procent van de spelers niet bereikt.
Gemiddeld zetten spelers in 2025 per speelbeurt 4,48 euro in. Op alle rekeningen van de meer dan 1,2 miljoen actieve spelers samen staat iets meer dan 16 miljoen euro, of gemiddeld 12,8 euro per speler.
In 2024 werd 33,7 miljard euro ingezet op loterijen, kansspelen en weddenschappen. De Nationale Loterij zelf telde in 2024 1,55 miljard euro aan inzetten.
