‘De sheriff van West-Vlaanderen’. Die bijnaam kreeg Carl Decaluwé tijdens de coronaperiode, omdat hij streng optrad tegen tweedeverblijvers die eigenlijk niet naar de kust mochten komen. Maar ook omdat hij tijdens zijn vijftien jaar als gouverneur een prioriteit maakte van de veiligheid in zijn provincie. Eerst met een cameraschild tegen de grenscriminaliteit vanuit Frankrijk, daarna met drones en andere middelen tegen transmigranten die Groot-Brittannië proberen te bereiken.
“Het deert me niet dat ze me een sheriff noemen, ik draag het als een geuzennaam”, zegt Carl Decaluwé in sappig West-Vlaams, in zijn prachtige ambtswoning op de Burg, hartje Brugge. Het is een voormalig bisschoppelijk paleis met lange gangen, hoge plafonds en een binnentuin.
Misschien kan u hier toch nog wat langer blijven? De kans is heel klein dat er op tijd een opvolger klaarstaat.
“Ik heb laten weten dat ik op het einde van de maand definitief stop. Als er op dat moment geen nieuwe gouverneur is, dan is het aan minister van Binnenlands Bestuur, Hilde Crevits (CD&V), om iemand waarnemend aan te duiden. Maar ik zal dat in ieder geval niet zijn. Mijn vrouw is al vijf jaar met pensioen, we hadden dat zo afgesproken.”
Uw opvolging is een politieke soap geworden. In principe zou Vooruit de volgende gouverneur mogen benoemen, maar CD&V claimt die ook. Wat vindt u daarvan?
“Dat is natuurlijk heel vervelend. Mensen vragen me daar constant naar, maar ik weet ook niet hoe het zit. De Vlaamse regering had dat tijdens de regeringsvorming in 2024 moeten afspreken, maar dat is toen niet gebeurd.”
Wat vindt u van de redenering van uw partij CD&V, dat zij recht heeft op West-Vlaanderen omdat hier meer CD&V-burgemeesters zijn?
“Ik ben geen lid van CD&V. Op het moment dat ik gouverneur werd, heb ik mijn lidkaart ingeleverd. Als gouverneur sta ik boven de partijen, en zo hoort het ook. Voor ik in 2012 de eed aflegde, had ik een lang gesprek met toenmalig bevoegd minister Geert Bourgeois (N-VA). Hij was wat bezorgd, want ik was voordien een redelijk hevig parlementslid. Ik ben altijd blijven onthouden wat hij toen zei: ‘Vanaf nu vervel je van politicus naar civil servant’ (ambtenaar in dienst van het algemeen belang, red.).”
Maar wat vindt u van de redenering? Als je dat volgt, dan zou de provincie Antwerpen ook naar N-VA moeten gaan en niet CD&V zoals nu, aangezien daar meer N-VA-burgemeesters zijn.
“Ik heb de indruk dat iedereen de redenering volgt die hem het beste uitkomt. Voor Vooruit is dat het systeem-D’Hondt (volgens het stemmenaantal, red.), voor CD&V is dat deze.”
Is de functie van gouverneur nog wel van deze tijd? U bent een ambtenaar en zogezegd politiek neutraal. Maar elke gouverneursbenoeming is zo politiek als ze maar kan zijn.
“Het is inderdaad een beetje een vreemde constructie, maar ik zou dat zeker niet veranderen. Het voordeel is dat wij niet herverkozen hoeven te worden en zo in de luwte de zaken kunnen oplossen.”
U bent nochtans niet vies van wat media-aandacht.
“Ik zoek die aandacht nochtans niet op. Tijdens de coronacrisis was de federale fase van kracht, wat betekent dat de gouverneur verantwoordelijk is voor de communicatie. Maar ik heb veel vragen van de media geweigerd. Dat is de ironie. Als parlementslid wil je zo veel mogelijk in de media komen om je bekendheid te vergroten, als gouverneur moet je media weigeren.”
China, het beloofde land?
De voorbije vijftien jaar had u vanuit de provincie een intensieve samenwerking met China.
“Mijn voorganger had een partnerschap met de Chinese provincie Zhejiang opgezet. Ik heb dat verder uitgebouwd en verdiept, met onder meer uitwisselingen van artsen en verpleegkundigen. Ik help ook de West-Vlaamse bedrijven daar wanneer dat nodig is. Chinezen houden van protocol, voor een gouverneur gaan deuren open die anders gesloten blijven.”
Ondanks alle waarschuwingen over de risico’s van samenwerken met China?
“Je moet natuurlijk voorzichtig zijn, net als met elke grootmacht. Maar ik vind dat we hier in Europa helemaal zijn doorgeslagen. Je kan tegenwoordig geen krant openslaan of het is tegen China gericht. De Europese Commissie slaat de bal volledig mis wanneer ze China probeert af te houden. We moeten net meer samenwerken.”
Moeten we niet uitkijken voor te grote economische afhankelijkheid?
“Ik ben mijn carrière begonnen als medewerker in het Europees Parlement. Ik heb Europa zien uitbreiden en groeien, een fantastisch project. Maar als je daar nu op terugkijkt, moet je vaststellen dat Europa onze welvaart eigenlijk heeft opgebouwd door drie keer te profiteren: onze defensie zou den Amerikaan wel op zich nemen, onze fabrieken zetten we in China en de goedkope aardgas haalden we uit Rusland. Dat blijkt nu drie keer fout. Als de geopolitiek een voetbalveld is, dan lopen wij daar rond met een arm op de rug en een been afgebonden. Veel goals gaan we niet meer maken.”
Net daarom moeten we toch vermijden om ons afhankelijk te maken van China?
“Europa moet meer spreiden. We mogen niet afhankelijk zijn van China, maar evenmin van de Verenigde Staten. Het stoort mij vooral dat China al bij voorbaat wordt uitgesloten, terwijl we daar technologisch heel veel van kunnen leren. Nogmaals, zonder naïef te zijn. Dat bijvoorbeeld een bedrijf als Imec (wereldspeler in nanotechnologie, red.) voorzichtig is, is niet meer dan normaal.”
U gaat na uw pensioen les geven in China?
“Ik ga een vijftal gastcolleges geven over de Europese instellingen. Op die manier kan ik mijn contacten onderhouden. Ik zetel ook in de raad van bestuur voor de restauratie van het Chinees Paviljoen in Brussel. Maar niks business.”
Niet zoals Yves Leterme, die voor een Chinees investeringsplatform werkt?
“Nee. Maar ik begrijp zijn keuze wel. Hij was redelijk jong toen hij stopte als premier. Je kan niet verwachten dat hij daarna hele dagen in de zetel gaat zitten.”
Hij had ook iets anders kunnen doen.
“Ik zie hier geen probleem.”
bron: Het Nieuwsblad/Mediahuis
foto: archief Mediahuis