Bekaert-leander-1

Bekaert-telgen worstelen met een dossier in Lichtenstein

Nazaten van de stichter van staalkoord- en staaldraadgigant Bekaert moeten woensdag 25 februari in Brugge voor de strafrechter verschijnen in een opmerkelijke miljoenenzaak. Alles draait rond een Liechtensteinse stichting van de Bekaert-telgen die al decennia geleden was opgezet, maar hen nu op de beklaagdenbank doet belanden voor zogenaamd witwassen.

Het nieuws is afkomstig van de krant de Tijd en wordt bevstigd. De aanleiding van het opmerkelijke strafdossier gaat terug tot in maart 1990, toen ondernemer en politicus Antoine Bekaert stierf op 59-jarige leeftijd. Hij was de kleinzoon van Leo Leander Bekaert (zie foto), die in 1880 in het West-Vlaamse Zwevegem de fundamenten legde van de huidige beursgenoteerde staalkoord- en staaldraadproducent Bekaert.

De twee Bekaert-telgen die volgende week op de beklaagdenbank moeten plaatsnemen, zijn de zoon en de dochter van Antoine Bekaert: jonkvrouw Anne Bekaert (69) en baron Léon-Thomas Bekaert (67). Alles heeft volgens de krant De Tijd te maken met wat ze na diens dood deden met een constructie die hun vader decennia geleden opzette in Liechtenstein. “De heer Antoine Bekaert had bij leven in Liechtenstein een Stiftung opgericht en daar een vermogen ondergebracht”, vertelt rechtbankwoordvoerder Peter Catthoor aan de krant.

Vermeende witwasverrichtingen

Zo’n Liechtensteinse Stiftung is steeds volgens dezelfde bron vergelijkbaar met een Belgische ‘private stichting’, een rechtspersoon die hier pas in 2002 is ingevoerd. De stichter kan er een vermogen in onderbrengen, maar dat moet dan definitief verdwijnen uit zijn privé vermogen. Het moet gebruikt worden voor een belangeloos doel, waarvoor de stichting in het leven is geroepen. Dat kan voortduren, ook nadat de stichter is overleden. Specifiek aan de Liechtensteinse familiestichting is dat familieleden ook als belangeloos doel kunnen worden bestempeld en vanuit de stichting uitkeringen kunnen krijgen. Het heikele punt is of er vervolgens nog erfbelastingen worden betaald als de de stichter overlijdt.

Daar wringt het schoentje in deze strafzaak rond de Liechtensteinse stichting van wijlen Antoine Bekaert. “Noch het vermogen zelf, noch de uitkeringen uit dat vermogen zijn aangegeven bij de successieaangifte”, duidt Catthoor. “Justitie is van oordeel dat die niet-aangifte successiefraude uitmaakt en dat de transacties die vervolgens zijn verricht met die gelden witwasverrichtingen uitmaken. Maar de rechtbank moet daarover uiteraard nog oordelen. Het dossier gaat dus over vermeende witwasverrichtingen, waarbij transacties zijn verricht met vermeende illegale vermogensvoordelen.”

Opmerkelijk proces

Fiscaal zijn de feiten verjaard, waardoor de fiscus er niet meer achteraan kan. Maar door de Bekaert-telgen strafrechtelijk te vervolgen voor witwassen kan nog een strafrechtelijke veroordeling en verbeurdverklaring volgen.

Het was dan ook de Cel voor Financiële Informatieverwerking, beter bekend als de antiwitwascel, die op 4 maart 2019 melding maakte van het dossier bij het parket. Een onderzoeksrechter begon in juni 2021 aan het gerechtelijk onderzoek. Dat leidde echter niet tot een minnelijke schikking, zoals wel vaker gebeurt in zulke (oude) fiscale strafzaken. De Bekaert-telgen zijn doorverwezen naar de strafrechter.

Woensdag volgen de pleidooien voor de rechtbank in Brugge.De Bekaert-telgen betwisten via hun advocaten alles.