soliver-1600×900

De Rouck & Verhellen maakt alsnog positieve balans op van dossier Soliver

Het faillissement van AGP Soliver betekende een zware klap voor 805 werknemers. Dankzij de snelle tussenkomst van het Sociaal Interventiefonds en de professionele begeleiding door het Roeselaarse De Rouck & Verhellen kon voor een aanzienlijk deel van de betrokken werknemers (ruim de helft binnen de zes maanden) opnieuw perspectief worden gecreëerd, aldus outplacementbureau De Rouck & Verhellen.

Op 1 juli 2025 werd het faillissement uitgesproken van AGP Soliver wat 805 werknemers trof. Wat volgde was een periode van grote onzekerheid voor honderden gezinnen in West- en Oost-Vlaanderen.

Toch werd vrijwel onmiddellijk een professioneel vangnet geactiveerd. Binnen de twee weken na het faillissement kregen alle betrokken medewerkers de kans een infosessie bij te wonen over hun rechten, hun situatie en de mogelijkheid tot deelname aan een outplacementtraject. Dat werd in allerijl georganiseerd door De Rouck & Verhellen, in opdracht van het Sociaal Interventiefonds dat ressorteert onder de VDAB. Infosessies vonden plaats in Gent (voor de vestigingen Evergem en Zwijnaarde) en in Roeselare.

360 werknemers kozen bewust voor professionele begeleiding

Van de 805 getroffen werknemers kregen de meesten de keuze om al dan niet in te stappen in een outplacementtraject van zes maanden. De Vlaamse regelgeving verplicht enkel werknemers ouder dan 45 jaar, met een opzegtermijn van minder dan 30 weken, die minstens halftijds werkten en minimaal één jaar anciënniteit hadden, om deel te nemen.
Uiteindelijk kozen 360 werknemers – bijna 45% van het totaal – ervoor om zich professioneel te laten begeleiden door De Rouck & Verhellen. Dat betekent ook dat 405 werknemers ervoor kozen om zelfstandig hun weg te zoeken op de arbeidsmarkt.
Tijdens het traject haakten 20 van deze deelnemers af om uiteenlopende redenen (terugkeer naar het thuisland, verlopen werkvergunningen, onbereikbaarheid). Hierdoor bleven op het einde van de zes maanden 340 dossiers actief.
Van deze 340 deelnemers:
•vonden 180 personen (53%) binnen de zes maanden opnieuw werk.
•startten 36 personen (10%) een opleiding (vakopleiding of taalopleiding) om hun inzetbaarheid structureel te versterken.
•vielen 8 personen (2%) langdurig ziek uit.
•waren 116 personen (34%) op het einde van het traject nog niet aan het werk.
Op het eerste gezicht lijkt 34% zonder werk een hoog cijfer. In reguliere dossiers binnen het Sociaal Interventiefonds ligt de tewerkstellingsgraad doorgaans boven 75%. “Toch vraagt dit dossier om een genuanceerde interpretatie”, aldus Tomas De Meyer namens De Roucke & Verhelle.

Complex dossier

Volgens outplacement expert Tomas De Meyer was het dossier Soliver omwille van meerdere redenen erg complex. De Meyer trekt er ook treffende conclusies uit.

“Ten eerste toont dit dossier aan dat arbeidsmigratie zonder structureel integratiekader op lange termijn kwetsbaarheden creëert”, vindt De Meyer. “Wanneer werknemers jarenlang actief zijn in Vlaanderen maar nauwelijks Nederlands spreken en weinig aansluiting vinden bij de bredere arbeidsmarkt, ontstaat een afhankelijkheidsrelatie ten opzichte van één werkgever. Zodra die wegvalt, blijkt de mobiliteit beperkt. Dit pleit voor een beleidsmatige verankering waarbij taalverwerving, maatschappelijke oriëntatie en bredere inzetbaarheid geen vrijblijvende elementen zijn, maar integraal deel uitmaken van arbeidsmigratie. Werkgevers die internationale profielen aantrekken, zouden (eventueel samen met overheden ?) moeten investeren in minimale taalcompetentie en arbeidsmarktbrede vorming. Integratie is geen ideologisch debat, maar een economische noodzaak in functie van duurzame inzetbaarheid.
Ten tweede bevestigt dit dossier het belang van snelle, professionele outplacementbegeleiding bij collectieve ontslagen. De tussenkomst van het Sociaal Interventiefonds via de VDAB en de uitvoering door gespecialiseerde partners zoals De Rouck & Verhellen bewijst dat intensieve begeleiding het verschil maakt, zeker in complexe dossiers. Nochtans blijft outplacement vandaag vaak beperkt tot wettelijke minima en leeftijdsgebonden verplichtingen. Een toekomstgericht arbeidsmarktbeleid zou sterker kunnen inzetten op een ruimer recht op begeleiding bij herstructureringen, ongeacht leeftijd of anciënniteit. Vroegtijdige activering, realistische heroriëntering en psychologische ondersteuning versnellen niet alleen de terugkeer naar werk, maar beperken ook maatschappelijke kosten op langere termijn. Dit dossier maakt duidelijk dat duurzame tewerkstelling niet louter een individuele verantwoordelijkheid is, maar het resultaat van een gedeelde inspanning tussen overheid, werkgevers en gespecialiseerde begeleiders.”