-Staat u vandaag met Vyncke waar u altijd van gedroomd hebt? Een wereldspeler worden?
-Het is een feit dat we omzeggens in elk land ter wereld aan business doen. Onze familie van bedrijven telt 800 man (waarvan 100 in Azië) en is goed voor een omzet van om en bij de 300 miljoen euro. Maar in de wereld zijn er wel 50 spelers die min of meer hetzelfde doen als wij. Mijn grote fierheid is deze: wij behoren tot de beste van de klas, Champions League niveau. Inzake kwaliteit heeft Vyncke zijn plaats in de wereldwijde top 5. Maar dit betekent allerminst dat we op onze lauweren gaan rusten. We hebben binnenskamers net de denkoefening achter de rug over het Plan 2036. Daarin staat dat we elk jaar met 12 procent willen blijven groeien. Hoe we dat willen realiseren? Eén: door uitmuntend te blijven zijn in wat we doen, het allerbeste is net goed genoeg. Twee: door overal aanwezig te zijn. We openen binnenkort nieuwe filialen in 2 Afrikaanse landen. Dit is de beste manier om aan risicospreiding te doen. Oekraïne was tot voor de oorlog een belangrijke klant. Nu is de business er grotendeels stil gevallen. Geen nood echter, we kunnen dat opvangen door een grotere présence in andere landen.
-Ooit zei u in één van uw interviews: “Mijn belangrijkste opdracht bestaat erin te zorgen dat we niet kapot groeien.” Blijft u daar bij?
-Jawel, helemaal. Vandaar dat we een plafond zetten: 12 procent, het hoeft niet meer te zijn. Onze CEO’s weten dat. Ik heb geen zin om de wereld rond te reizen en aan de klanten te gaan uitleggen dat we zo snel groeien dat we bepaalde vragen niet meteen kunnen invullen. Groeien ja, maar gelijktijdig de hoogste kwaliteit bewaken, dat moet de bedoeling zijn.
O dierbaar België
– Terug naar België. U staat bekend voor uw uitgesproken Vlaamse overtuigingen. Maar heeft dit land niet meer Bouchez’s nodig?
-De laatste verkiezingen waren machtig: de kiezer in Wallonië liet eindelijk zijn gezond verstand zegevieren. Ik heb een onwrikbaar geloof in Bart De Wever als politicus. Hij is wereldklasse en heeft visie. Idem dito voor Matthias Diependaele. Ook Bouchez spreekt de juiste taal, net als minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot die ik mocht ontmoeten bij de opening van de Agristo-fabriek in India. Sterke figuren. Ik geloof zelf ook dat mensen als Frank Vandenbroucke of Conner meer en meer begrijpen waar het in de maatschappij écht op slaat.
-Ondernemers in dit land hebben al sinds de jaren tachtig van vorige eeuw dezelfde besognes. Minder regelgeving, minder overhead, minder fiscale druk, meer flexibiliteit, goedkopere energie, kortom een competitieve context waarin ze kunnen ondernemen. Anno 25 blijven al die besognes nog altijd overeind. Een land krijgt de politici die het verdient. Maar hebben de ondernemers dit verdiend? Neen toch?
-Ik ben niet van die strekking. Hoe zei men dat ook weer? O tempora o mores. Neen, ik behoor niet tot de personen die zeggen dat alles vroeger beter was. Eén van de fundamentele problemen is dat men niet begrijpt dat ondernemen synoniem staat voor risico nemen. En wie risico neemt, heeft ook het recht op falen. Van ondernemers die falen moet men geen paria’s maken. Aan het beleid moeten we blijven herhalen hoe belangrijk de context is. De drang om te ondernemen zit diep in ons. Maar de oproep is: laat ons aub de ruimte om te ondernemen. En ja, we zeggen dat al veel te lang.
Vynckeneers en familie
-Hoe is de rol van u en uw broer als voortrekkers van dit bedrijf geëvolueerd in al die jaren?
-Een leider moet op de lange termijn zichzelf misbaar kunnen maken en dat is vandaag al zo. Want één zaak is honderd procent zeker: de dood wacht op elk van ons. Welnu, we zijn op alles al voorbereid, ook al wil ik nog lang meedraaien. We trokken een CEO aan en we kunnen vrij bewegen om het bedrijf te dienen. Rijd ik tegen een boom? No problem, alles is geregeld. Enkel de assistentes zullen twee dagen extra werk hebben om alle doodsbrieven uit te sturen. Wil ik zes maanden een sabatical nemen? No problem, het bedrijf kan perfect verder zonder mij.
-Hoe staat u – people en commercieel gedreven als geen ander – tegenover de niet meer weg te denken digitalisering en het oprukkende fenomeen AI?
-We hebben geen andere optie dan op die trein te springen. Toen 150 jaar terug de eerste weefgetouwen op de markt kwamen, werden ze door non believers zelfs in brand gestoken. Nu heb je ook van die Ludietten. Ze hebben ongelijk. Je moet de nieuwe technologie omarmen. Ik heb veel geleerd via mijn kinderen en het was een eye opener, een nieuwe fascinerende wereld die open gaat. Eén voorbeeld maar uit mijn eigen wereld: AI is een zegen om teksten te schrijven in andere talen. Niemand zal door AI zijn job verliezen. Het omgekeerde is wel waar: wie AI afzweert, zal zijn job verliezen. Maar ik zeg ook dat we als mensen alles kritisch moeten blijven analyseren.
-Uw eigen achterban staat bekend als de Vynckeneers, de dappersten aller Galliërs zoals u ooit zei. En ze moeten zich jeunen. Wordt dat niet moeilijker en moeilijker in een wereld waar de ratrace manifest aanwezig is?
-Neen, neen. Onze website ‘jeunen’ bestaat nog steeds en we laten onze medewerkers voldoende ademruimte.
-Hoe belangrijk is humor nog in het wereldwijde zakenleven?
-Zeer belangrijk. Kijk naar ons recentste jaarverslag dat hier op de tafel ligt. Alle wordt verteld in een stripverhaal van Suske en Wiske. Wees maar zeker: dat wordt overal gewaardeerd en zo weten we ons te onderscheiden. Ik heb een hekel aan te veel sérieux. Ik moet dat woord niet. Dat woord staat voor saai, voor zichzelf au sérieux nemen. Ik wil altijd mezelf kunnen relativeren en humor is daarbij een uitstekend hulpmiddel.
-De volgende generatie komt er aan. MOET dit een familiebedrijf blijven? U zei ooit: dit bedrijf is als een werk van Gaudi, nooit af, altijd work in progress.
-Ik weet ook niet wat er achter mij komt. Wat ik wel weet is dat dit mijn droom is: ik heb liefst dat alle aandelen in de familie blijven. Familie is zo belangrijk. We doen er alles aan om iedereen binnen de familiale context continu te betrekken bij de gang van zaken. Dat voelt goed aan, en voorlopig is iedereen het daar ook over eens. En of het een familiebedrijf moet blijven? De volgende generatie moet dat beslissen. Ik wil niet de man zijn die tot op zijn oude dag met de scepter staat te zwaaien.
-Tot slot: hoe vergaat het jullie eigen wijndomein naast de hoofdzetel in Harelbeke?
-Uitstekend. We zijn in 2011 begonnen met het aanplanten van de eerste ranken, om vijf jaar later de eerste vruchten te plukken. Jaarlijks produceren we 2.500 flessen, enkel voor gebruik in onze eigen rangen of als relatiegeschenk. Onze Charming Bubbles mogen zonder overdrijven bij de betere champagnes staan, we zijn daar best fier op. Zoals we ook preus zijn op het feit dat ons domein de sociale economie steunt, met dank aan de medewerkers van het maatwerkbedrijf WAAK uit Kuurne die instaan voor het onderhoud.
(Karel Cambien)