Mylle 1

Expert Koen Mylle (Promylle) over het fenomeen AI (deel I): “De industriële revolutie heeft onze spierkracht versterkt, de AI-revolutie versterkt onze denk- en breinkracht.”

AI hier, AI daar, AI overal. Om in het bos de bomen nog te zien, legden we ons oor te luisteren bij Koen Mylle van het consultancykantoor Promylle. Mylle heeft zich professioneel op het fenomeen AI gegooid, en weet er zo goed als alles over met bevlogen analyses.

-Volgens u moet iedereen – burgers én bedrijven – AI omarmen, en wel met een sense of urgency. Waarom?

-Koen Mylle: Hoewel AI als onderzoeksveld al dateert van 1956, mogen we het vandaag niet meer bekijken als zomaar een technologie. Het is een fundamentele life- en world changer. Je kan het vergelijken met de uitvinding van elektriciteit, maar waar die evolutie vrij lineair verliep, gaat AI exponentieel en aan warspeed. Met ‘AI omarmen’ bedoel ik niet kritiekloos volgen, maar vooral: geen toeschouwer blijven. Alleen wie AI effectief gebruikt en begrijpt, kan op een zinvolle manier deelnemen aan het debat over hoe werk, economie en zelfs mens-zijn zullen veranderen. En die sense of urgency? AI is geen atoombom, maar het deelt wel hetzelfde probleem: enorme kracht en veel sneller dan onze ethiek en ons beleid kunnen volgen. Het probleem is dat vandaag nog maar een beperkte groep mensen echt beseft wat hier aan het gebeuren is. Voor veel anderen blijft AI vaag en niet direct zichtbaar voor het oog, terwijl de impact al heel intens en voelbaar is. Daarom is die betrokkenheid zo belangrijk: iedereen zou minstens moeten begrijpen wat AI is en wat het met ons werk en onze samenleving doet. De industriële revolutie heeft onze spierkracht versterkt, de AI-revolutie versterkt onze denk- en breinkracht. Belangrijk is hierbij het woord versterken, niet vervangen. Wij moeten als mens wel leading blijven in de wereld van AI. Sinds AI eind 2022 beschikbaar is geworden voor het brede publiek is de geest uit de fles. De pas 3-jarige ‘AI-baby’ heeft in zijn eerste levensjaren al zo’n immense sprongen gemaakt dat enkele groten der aarde zich zorgen maken en vragen naar enige vertraging. Geen enkel land durft echter bewust te vertragen. De angst om achterop te raken is groter dan de bereidheid tot gezamenlijke afstemming. Ook bedrijven beseffen en erkennen de kracht van AI, al wordt deze niet altijd ingezet uit overtuiging, maar vaak ook uit angst om achterop te raken. En ondernemingen, dat zijn mensen en wij mensen zijn van nature geprogrammeerd in lineair denken. AI evolueert/groeit echter exponentieel. Waar technologie vroeger decennia nodig had om miljoenen gebruikers te bereiken, gebeurt dat vandaag in weken. Die snelheid zorgt bij veel mensen voor informatie-overload en onzekerheid. Begrijpelijk. Maar wegkijken helpt niet. Integendeel. Betrokken en geïnformeerd blijven wel.

Zorgt AI niet voor een dehumanisering van onze intermenselijke relaties?

-AI wordt zonder twijfel steeds beter in cognitieve en fysieke taken. Op veel vlakken presteren systemen vandaag al op of boven menselijk niveau. Maar beter presteren betekent niet noodzakelijk menselijker worden. AI heeft geen emotionele intelligentie. Geen bewustzijn, geen intenties. Het volgt patronen en genereert antwoorden op basis van data. Het begrijpt niet waarom het iets doet en ervaart niets. Wat ons als mens uniek maakt zijn zaken zoals empathie, moreel oordeel, contextgevoeligheid en echte verbinding. En zoals in elke economische logica geldt: wat schaars wordt, stijgt in waarde. Als cognitieve prestaties overvloedig worden door AI, worden menselijke kwaliteiten net belangrijker. AI kan empathische taal simuleren, maar geen emotie beleven. Een systeem kan een lach nabootsen, maar niet begrijpen waarom iets grappig is. Liefde kan je genereren als tekst, maar niet ervaren. De echte dehumanisering komt dus niet van AI zelf. Ze ontstaat wanneer wij gemak verkiezen boven echte ontmoeting. Zolang we technologie inzetten als versterking en niet als vervanging van menselijke verbinding, hoeft AI onze relaties niet te verarmen. Ze kan ons zelfs helpen opnieuw te focussen op wat ons mens maakt.

Is AI wel een echt betrouwbare partner? Daar blijkt nogal wat twijfel over te bestaan.  

-AI kan fouten maken. Dat hebben we gezien: foutieve citaten, niet-bestaande rechtspraak, overtuigend klinkende maar onjuiste antwoorden. AI is geen bron van waarheid, maar een systeem dat voorspelt op basis van patronen. Maar we moeten dat in perspectief plaatsen. AI is geen autonome actor, maar een tool. Onbetrouwbaarheid ontstaat vaak wanneer gebruikers de output niet controleren of AI behandelen als autoriteit in plaats van assistent. Wie blind een vraag stelt, krijgt een standaard en oppervlakkig antwoord. Wie eerst nadenkt over het doel, het juiste kader schetst en duidelijke instructies geeft, krijgt veel betere output. Ook bij AI geldt de klassieke regel: slecht nieuws krijgt meer aandacht dan goed nieuws. Incidenten halen de krantenkoppen, terwijl de vele positieve toepassingen minder zichtbaar blijven. Denk maar aan de gezondheidszorg, waar AI vandaag al helpt bij snellere diagnoses en medische doorbraken. Het risico is dat losse negatieve voorbeelden een eigen leven gaan leiden. Zonder duiding versterken ze wantrouwen en polarisatie. Net daarom is nuance essentieel. We hebben mensen nodig die de technologie begrijpen, de risico’s erkennen en ze in context plaatsen. Alleen zo blijft het debat evenwichtig en constructief.

Vormt AI een fundamentle bedreiging voor softwarebedrijven, zoals al eens wordt beweerd?

-AI is geen klassieke bedreiging, maar een fundamentele herdefiniëring. Sommige bedrijven zullen verdwijnen, maar de meeste jobs en sectoren zullen vooral veranderen. Dat geldt niet alleen voor programmeurs, maar evengoed voor administratie, vertalers, logistiek, productie of transport. AI impacteert vandaag al elke sector. In 2019 zei de toenmalige IBM-CEO Ginni Rometty al: “AI will change 100 percent of jobs within the next five to ten years.” Niet dat ze allemaal verdwijnen, maar dat ze allemaal veranderen. Dat zien we vandaag effectief gebeuren. Voor bedrijven betekent dit dat klassieke processen steeds meer plaatsmaken voor dynamische, AI-gedreven systemen en agents die taken uitvoeren in plaats van ze enkel te ondersteunen. De vraag is niet of dat gebeurt, het gebeurt al. Zoals Peter Hinssen zegt: “The cost of doing nothing is far greater than the cost of doing something.” Experimenteren met AI kost geld, tijd en energie. Je maakt fouten. Je moet bijleren. Maar niets doen is geen veilige optie. Niets doen betekent dat anderen sneller leren, efficiënter worden en marktaandeel opbouwen terwijl jij wacht. AI dwingt bedrijven extra om zichzelf opnieuw uit te vinden. En dat moet daarenboven sneller dan we gewoon zijn. Want de volgende dimensie staat al klaar. Robots verlaten vandaag het labo en verschijnen op de bedrijfsvloer, mét AI ingebouwd. We spreken binnenkort niet langer over AI op een scherm, maar over intelligentie in een fysiek lichaam. En dat zal heel veel veranderen.

Wordt Europa, wat de toegang tot AI betreft, niet in de tang genomen door VS en China?

-Europa is vandaag voorzichtiger dan de VS en China. En ja, dat zorgt zeker op korte termijn effectief voor vertraging. Regelgeving vraagt overleg, afstemming tussen lidstaten, juridische toetsing en impactanalyse, terwijl technologie zich razendsnel ontwikkelt. Dat maakt ons economisch minder wendbaar in de sprint. Maar de vraag is of AI een sprint is of een marathon. AI is een technologie met enorme kracht. In andere delen van de wereld wordt daar zeer snel en soms ‘creatief’ mee geëxperimenteerd. Dat kan mogelijks tot fouten of ongelukken leiden. Een mens leert meestal pas na fouten. Europa probeert bepaalde grenzen vooraf vast te leggen in plaats van achteraf te corrigeren. Dat vertraagt vandaag, maar kan op lange termijn zorgen voor meer vertrouwen, stabiliteit en maatschappelijke aanvaarding.

Tegelijk moeten we ambitieuzer zijn. Europa heeft wel degelijk sterke kaarten: Mistral als eigen AI-speler, en bedrijven zoals ASML die cruciaal zijn in de wereldwijde chipproductie. We hebben kennis, infrastructuur en talent. Wat we nodig hebben, is meer investeringskracht en strategische samenwerking op Europees niveau. Europa wordt niet in de tang genomen. Maar het moet wel duidelijk beslissen hoe het wil meespelen: snel, slim en samen.

Morgen: deel II