-In hoeverre is ons onderwijs al op de AI-trein gesprongen?
-Ik denk dat ons onderwijs voorzichtig maar duidelijk in beweging is. De klassieke tegenwerping is dat AI de jeugd dom maakt. Maar technologie op zich maakt niemand dom. Onkritisch gebruik wel. Wie blind een opstel laat genereren, krijgt vaak een standaard en oppervlakkig antwoord. Dat is de linkerkant van de Gauss-curve: weinig nadenken, weinig diepgang. De echte opdracht van het onderwijs is jongeren leren hoe ze AI juist inzetten. Eerst nadenken over het doel. Het juiste kader schetsen. Duidelijke instructies formuleren. Controlepunten inbouwen. Dan schuif je naar de rechterkant van de curve en gebruik je AI als versterker van denken in plaats van vervanging ervan. Dat vraagt ook een andere manier van evalueren. Minder focus op het eindproduct, meer aandacht voor het proces: hoe ben je tot dit resultaat gekomen? Mondelinge examens, reflectie, procesbegeleiding: dat wordt opnieuw belangrijk. Tijdens mijn voordrachten in scholen zie ik trouwens dat veel leerkrachten al creatief en doordacht met AI omgaan. Het potentieel is er. Nu moeten we het breder en structureler verankeren.
–Zal AI zorgen voor nieuwe beroepen?
-Ja, AI zal zeker nieuwe beroepen creëren. Dat is historisch bijna altijd zo geweest bij technologische doorbraken. Maar de verhouding kan anders liggen dan bij vorige revoluties. Bij de industriële revolutie verdwenen bepaalde jobs, maar ontstonden er op grote schaal nieuwe massaberoepen. Bij AI zie ik vooral een sterke transformatie van bestaande jobs, aangevuld met nieuwe, vaak hybride rollen. Het zijn minder duidelijk afgelijnde nieuwe beroepen, en meer verschuivingen in taken en verantwoordelijkheden. Vandaag zien we bijvoorbeeld in China nieuwe functies ontstaan waarbij mensen humanoïde robots trainen en hen repetitieve handelingen aanleren. Dat beroep bestond enkele jaren geleden niet. Tegelijk is het waarschijnlijk geen stabiel massaberoep voor de komende decennia, maar een overgangsfase in de ontwikkeling van autonome systemen. Wat we zullen zien, is dat bijna elke job verandert. Administratie, logistiek, softwareontwikkeling, productie, marketing: overal verschuiven taken. AI neemt bepaalde onderdelen over, waardoor andere unieke menselijke competenties belangrijker worden: interpretatie, controle, creativiteit, ethisch oordeel. AI creëert dus nieuwe kansen, maar vooral nieuwe verwachtingen. Het vraagt flexibiliteit en bereidheid om continu bij te leren. Niet de jobtitel zal het verschil maken, maar het vermogen om met verandering om te gaan.
–Is AI een job killer?
-Op korte termijn denk ik dat AI meer jobs zal verdringen dan creëren. Dat klinkt scherp, maar elke grote technologische sprong heeft in eerste instantie verschuiving en onzekerheid veroorzaakt. Volgens Nvidia-CEO Jensen Huang evolueert AI in duidelijke fases. Eerst was er Perception AI met systemen die kunnen zien en horen via sensoren. Daarna kwam Generative AI, die tekst, beelden en code kan creëren. Vandaag zitten we in de fase van Agentic AI: systemen die zelfstandig complexe taken uitvoeren binnen een bepaald kader. De volgende stap noemt hij Physical AI: AI die niet alleen redeneert, maar ook fysiek handelt via robots en autonome systemen. Dat is geen science fiction. Autonome magazijnrobots, zelfrijdende voertuigen en industriële robots worden vandaag al op grote schaal getest en ingezet. Zodra die systemen betaalbaar en schaalbaar worden, zal ook fysiek werk fundamenteel veranderen. Dat maakt deze revolutie breder dan vorige technologische golven. Eerdere revoluties vervingen vooral spierkracht. AI raakt vandaag cognitief werk en straks ook fysieke taken. De combinatie van beide is nieuw. Historisch gezien heeft technologie arbeid altijd efficiënter gemaakt. In het begin van de 20e eeuw was een 48-urige werkweek – zes dagen van acht uur – de norm in veel sectoren. Door mechanisatie, automatisering en sociale strijd evolueerde dat naar kortere werkweken. Het verschil vandaag is de snelheid en de breedte van de impact. Waar eerdere transities decennia duurden, zien we nu veranderingen binnen enkele jaren. AI is dus geen eenvoudige job killer. Ze herdefinieert werk. De echte vraag is hoe wij omgaan met die productiviteitswinst. Wordt ze omgezet in kortere werkweken en nieuwe kansen? Of concentreren de voordelen zich bij een beperkte groep? De technologie zal evolueren. De maatschappelijke keuze is aan ons.
–Vraag 9: Volgens u staat het als een rots boven water dat AI in de toekomst zal zorgen voor een tweedagenwerkweek in plaats van een vier- of vijfdagenwerkweek nu? Waarop baseert u zich om dit Eldorado voor te spiegelen aan de goegemeente?
-Bill Gates stelde begin 2025 dat AI zó productief kan worden dat een werkweek van twee tot drie dagen mogelijk wordt. Ook Jamie Dimon (JPMorgan) en Eric Yuan (Zoom) hebben aangegeven dat AI op termijn kan leiden tot een drastische verkorting van de werkweek. Zij vertrekken daarbij niet vanuit een utopie, maar vanuit een economische vaststelling: technologische productiviteit kan exponentieel toenemen. Zelf koppel ik een twee- of driedaagse werkweek als toekomstbeeld wel aan het jaar 2050. Dat ligt vandaag nog 25 lineaire mensenjaren verder, maar vertaald naar exponentiële AI-jaren zitten we in een totaal ander tijdskader. Kijk alleen al naar de evolutie van AI in de afgelopen 3 jaar. AI en robots zullen steeds meer cognitieve én fysieke taken overnemen. Dat is geen ideologisch standpunt, maar een economische realiteit. Wanneer dezelfde output met minder menselijke arbeid kan worden gerealiseerd, verandert automatisch onze verhouding tot werk. Betekent dit dat we standaard allemaal gelukkiger worden? Dat kan, maar niet noodzakelijk. Werk geeft mensen structuur, identiteit en betekenis. Minder werken verandert dus niet alleen onze agenda, maar ook onze maatschappelijke rol. Gates ziet AI trouwens niet als een jobvernietiger, maar als een hulpmiddel dat werk herdefinieert. Minder werkuren zouden volgens hem kunnen leiden tot:
- Een verschuiving van jobs: minder repetitieve taken, meer focus op creativiteit, empathie en strategisch denken.
- Betere mentale gezondheid en gezinsleven: minder burn-out, meer tijd voor zorg en sociale verbinding.
- Meerdere carrières in één leven: meer ruimte voor nevenprojecten, ondernemerschap of vrijwilligerswerk.
De vraag is dus niet of dit een Eldorado is. De vraag is of we voorbereid zijn op die (r)evolutie. AI kan de hoeveelheid menselijk werk verminderen. Hoe wij omgaan met de tijd die daardoor vrijkomt, dát bepaalt of het positief of ontwrichtend uitpakt.
–Tot slot: is IA (intelligente assistent) niet te verkiezen boven AI?
-Ik gebruik inderdaad liever de term IA dan AI. Ik hoorde deze term voor het eerst via Gerd Leonhard, een Duitse futurist en ik vind dat een zeer relevante nuance. AI klinkt alsof we artificiële intelligentie creëren die op zichzelf staat, bijna als een autonome entiteit. IA — Intelligente Assistent — plaatst de technologie terug waar ze hoort: in dienst van de mens. Gerd voegt daar ook nog aan toe “AI is een uitstekende assistent, maar een slechte ruler.” AI kan analyseren, structureren, samenvatten, optimaliseren. Het kan ons productiever maken dan ooit. Maar het heeft geen bewustzijn, geen moreel kompas, geen verantwoordelijkheid, geen ethiek. Het begrijpt geen context zoals mensen die beleven. Het voelt geen empathie. Het draagt geen gevolgen. Daarom moet AI een versterker zijn van menselijke intelligentie en geen vervanger ervan. Als we AI positioneren als IA, maken we ook een maatschappelijke keuze. Dan zeggen we: technologie ondersteunt, maar stuurt niet. Ze adviseert, maar beslist niet autonoom over mensenlevens, beleid of ethische grenzen. De echte uitdaging is dus niet technologisch, maar cultureel.
Blijven wij kritisch denken? Blijven wij eindverantwoordelijk? Of verschuiven we beslissingen gemakshalve naar algoritmes? Voor mij moet AI dus inderdaad IA blijven: een Intelligente Assistent die ons werk verlicht, ons denken versnelt en onze creativiteit ondersteunt, maar altijd onder menselijke regie. De toekomst is niet mens versus machine. De toekomst is mens mét machine. En in die relatie moet de mens de leiding houden.
(Karel Cambien)