Van het zaaien tot het laatste optreden: alles bij Campo Solar is doordrongen van het idee dat een festival meer kan zijn dan een event. Het is een verhaal van community, van samenwerken met boeren, met kinderen en vakmensen. “Een zomerse viering van het land, de mensen die erop werken, en de muziek die er weerklinkt tussen de zonnebloemen” zo ziet Campo Solar zijn missie.
Op dinsdag 28 april starten de eerste zaaimachines op de festivalweide, waarmee het startschot gegeven wordt voor een totaalconcept dat volgens de organisatoren nergens anders in België te vinden is. “Dit jaar nodigden we een klas vol jonge, nieuwsgierige kinderhanden uit”, luidt de boodschap. “Ze mogen zelf aan onze inkom het cijfer 10 – verwijzend naar onze tiende editie – in zonnebloemen zaaien. De komende maanden zullen ze met eigen ogen kunnen zien hoe de plantjes groot worden om uiteindelijk tijdens het festival in bloei te staan.”
Maar dat is niet alles. Ze krijgen ook uitleg van lokale landbouwers, een exclusief kijkje achter de schermen en mogen ze met een streepje muziek al een eerste minifeestje bouwen op het veld. “Zo willen we ook de jongste generatie meenemen in onze missie om met veel oog voor detail en vakmanschap om te gaan met natuur, landbouw en de boerenstiel.”
Hoppe: terugkeer van een bijna vergeten teelt
Het festival telt dit jaar een tiental podia die niet zomaar neergepoot worden, maar letterlijk worden ingepast in een doordacht zaaiplan. En dit jaar worden ook 320 hoppeplanten gezaaid tussen maar liefst veertig 9 meter hoge palen. Een huzarenstukje op vlak van timing en inplanting.
“Samen met lokale boeren werken we elke keer een nieuw zaaiplan uit waarin de podia, paden en belevingsplekken een plaats krijgen tussen het groen” vertelt de organisatie. “De keuze voor hoppe is een nieuwe uitdaging. Met dit typisch Vlaamse gewas uit de Westhoek willen we het metier achter onze biercultuur ook letterlijk zichtbaar maken. Zo brengen we een vleugje Poperinge naar Damme.”
Een festival zonder zichtbare hekkens
Campo Solar onderscheidt zich ook in zijn materiaalgebruik: geen reclamebanners of metalen hekkens te zien, maar hout, planten, bloemen, zand en zelfs palmbomen. Vuilnisbakken, balustrades en podia worden met veel oog voor vakmanschap en met de hand opgebouwd uit natuurlijke materialen.
Bezoekers moeten zich wanen op een zinderende bestemming, ver weg van de realiteit, maar geworteld in de eigen Vlaamse bodem. De maïsvelden vormen straks kronkelende paden en natuurlijke doorgangen tussen de verschillende zones. Het terrein groeit dus – letterlijk – toe naar het festivalmoment dat zich spreidt over drie dagen. De gewassen zijn dan ook veel meer dan decor: ze vormen het landschap waarbinnen het festival zich organisch ontwikkelt.