We horen het steeds vaker in Vlaanderen: “Stop met het subsidiëren van de economie, in naam van de vrije markt.” Peter Vandekerchove heeft er zo zijn eigen mening over: “Al jaren waarschuw ik om voorzichtig te zijn met die uitstrpraak”, dixit Vandekerckhove. “We leven immers in een wereld waarin onze grootste concurrenten hun economieën voluit steunen. De Verenigde Staten en China subsidiëren al lange tijd hun economieën op manieren die in de praktijk dicht bij directe steun aanleunen. Ook in Europa wemelt het van subsidies en steun. In de VS en andere landen gaat echter veel meer naar industriële politiek waar in Europa de nadruk veelal op sociale uitgaven ligt.”
Het Amerikaanse voorbeeld
In de Verenigde Staten is het technologische ecosysteem sinds 1945 mee onderbouwd door overheidsuitgaven, investeringsprogramma’s en steunmechanismen ten gunste van grote spelers in defensie, lucht- en ruimtevaart, avionics, geavanceerde technologie en surveillance. Die enorme downstream genereren.
“Silicon Valley zou zonder de massale federale investeringen en steun niet in deze vorm hebben bestaan”, denkt Vandekerckhove. “Deze groeiden mee met de groei van de economie, zeker de laatste 15 jaar. Ze zijn in absolute cijfers dan ook gigantisch in proportie vergeleken met Europese cijfers. In Europa hebben we ondertussen een pretpark gesubsidieerd. Daarnaast geldt dat bij in geval van economische of financiële crisis de federale Amerikaanse overheid—met directe middelen van de belastingbetaler—belangen neemt in tal van ondernemingen. Voorbeelden zijn onder meer Chrysler, General Motors, AIG, Freddie Mae en Freddie Mac, American Airlines, Delta Airlines, United Airlines, Citigroup, GMAC en andere. Het betreft grote internationale bedrijven waarbij de overheid via aandelenposities en warrants in sommige gevallen tot zelfs 90 procent van het eigen vermogen aanhield. Voor beperkte tijd maar wel in jaren uitgedrukt. Recente aankopen wijzen er bovendien op dat Trump ook voorstander is van staatsdeelname in strategisch belangrijke bedrijven. Men zou dit kunnen typeren als een vorm van kapitalisme met een sociale, strategische of door de staat gestuurde dimensie.”
Steun aan vitale sectoren
“In China ondersteunt de staat bepaalde sectoren met het expliciete doel markten te veroveren, zoals eerder in zonnepanelen, voertuigen, chemie en technologie”, stelt Vandekerckhove vast. “Om nog te zwijgen over de hardnekkige bescherming van intellectuele eigendom. De zogenaamde BRICS-landen steunen en bloc hun vitale sectoren massaal. Deze landen laten ook de creatie van zeer grote conglomeraten toe, waardoor schaalvoordelen en mondiale marktaandelen gemakkelijker kunnen worden gerealiseerd. Europa daarentegen verhindert vaak de totstandkoming van echte wereldspelers, waardoor globale kampioenen minder kansen krijgen om uit te groeien. Soms om kleine landen en kleine spelers te beschermen.”
En wat doet Europa?
Aan de puristen van de vrije markt die luid verkondigen dat subsidies moeten worden stop gezet, heeft Vandekerckhove een niet mis te begrijpen boodschap in huis: “Wees bedachtzaam met die uitspraak”, zegt hij. “Met natuurlijk die naunce. Ik onderschrijf dat men moet ophouden middelen te besteden aan verloren zaken: zombiebedrijven, sectoren in een late conjuncturele fase, en onhoudbare sociale systemen die prikkels tot hard werken of innovatie ondermijnen. Geld verspillen aan randfenomenen en zaken die enkel comfort maar geen toekomst brengen. De sociale welvaartsstaat hoeft weinig verdere uitbreiding. De fundamenten die hem betalen wel. Daarenboven is de schuldopbouw die nu wereldwijd hoogtij viert niet vol te houden. Niet in de VS niet in Europa niet in Japan of China. Hier komt ooit abrupt een einde aan.”
Voor Peter Vandekerckhove valt het dus te verdedigen dat Europa zijn sterkste toekomstsectoren net méér moet ondersteunen, via structurele maatregelen, het creëren van de juiste omgeving, fiscale ondersteuning, betekenisvolle deregulering en/of preferentiële overheidsopdrachten. Ofte een doelgerichte industriële politiek voeren op gerichte vitale sectoren.
Deregulering essentieel
“Fundamentele deregulering is daarbij essentieel”, besluit Vandekerckhove. “Maar na Alden Biesen heeft mevrouw Von der Leyen in haar vijf punten plan het woord deregulering zelfs niet gehanteerd. Dat stemt eens te meer tot nadenken. Ze houdt het bij vereenvoudiging als zij op sociale media communiceert. Men kan zich daarom terecht zorgen maken over de gevreesde Europese werkgroep. Laat ons hopen dat het deze keer anders is. Het is bovendien niet het moment om ons door de sussende toespraak van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Rubio in slaap te laten wiegen.”
.