De provincie, afdeling bedrijfsbelasting, heeft sedert dit jaar een nieuwe “bedrijfsbelasting” uitgevonden en belast alle entiteiten die een ondernemingsnummer hebben. Een ondernemingsnummer betekent niet meteen dat er bedrijvigheid is. Maar voor de provincie is het potentieel om bedrijvig te kunnen worden nu voldoende om belast te worden.
“Dit lijkt alles weg te hebben van een disproporionele ruime heffingsbasis”, zegt een expert in de fiscaliteit. “Want daarmee worden onder meer organisaties met maatschappelijik engagement getroffen alsook organisaties die nooit de bedoeling hadden om een bedrijvigheid te hebben. De rij met een (verplicht) ondernemingsnummers is lang: ouderverenigingen, vastgoed vzw’s van jeugdbewegingen, steuncomités, amateur- en sportclubs, buurthuizen en parochiezalen, artiestencollectieven, bijzondere constructies met een specifiek doel (bijvoorbeeld zorg voor hulpbehoevend gezinslid, stichtingen), kerken en eredienstbesturen, ziekenhuizen, zorginstellingen, onderwijsinstellingen en andere non-profits.”
Bedrijfsmatig treft dit ook de verplichte VME’s, zelfstandigen in bijberoep die administratief geregistreerd blijven, vennootschappen die de controle over familiale bedrijven lokaal willen houden of beheersvennootschappen van groepsverzekeringen met een historisch pensioenkapitaal. Ook de overheid zelf lijkt getroffen: OCMW’s, universiteiten of intercommunales komen ook in aanmerking voor de nieuwe fiscale aanslag, en de lijst is ongetwijfeld nog uitgebreider.
Vragen genoeg
“Waar komt de inspiratie vandaan om onder meer een bedrijvigheid te belasten die niet eens bestaat, maar wel een juridische entiteit heeft met een ondernemingsnummer?”, vraagt een fiscaal expert zich af. “Maatschappelijk en economisch lijkt de provincie helemaal niet stil te staan bij alle entiteiten die onder de nieuwe fiscale maatregel zouden vallen. Juridisch is het belasten van bijvoorbeeld louter een potentieel om bedrijvig te kunnen zijn, ongrondwettelijk. Behalve onbekwamen, kan alles en iedereen potentieel bedrijvig zijn.”
Wie contact neemt met de provincie, krijgt volgesn experts het advies om bij niet akkoord, een bezwaarschift in te dienen, echter pas na de ‘inkohiering’ in het najaar. Op de dienst is men overtuigd dat het ondernemingsnummer als belastingsbasis, een zeer sterke basis is: dat belooft alvast weerwerk.
Het laat zich raden dat het niet aan reacties en procedures zou ontbreken als de voorgenomen belasting wordt ingevoerd. “Dit soort belasting is geen administratieve vereenvoudiging, het is een vorm van belasten zonder veel onderscheid, een sleepnet-belasting die alles meeneemt”, aldus een fiscaal expert. “Laat ons hopen dat de provincie dit reglement nog overlegt en bijstuurt alvorens de inkohieringen te verzenden en onnodige administratie te genereren.”
(KC)
foto: Provincie West-Vlaanderen Boeverbos (archief)