De loondiscussie ontstond na een tussentijds verslag van de CRB, die wijst op een positieve evolutie van onze loonkostenhandicap sinds 1996, het jaar waarin de loonnorm werd ingevoerd. Op zich is dat goed nieuws voor de werkgevers. De vakbonden grijpen dit verslag echter meteen aan om opnieuw echte loonmarge te bepleiten bovenop de index voor de periode 2027-2028.
“Op dit moment hogere lonen bepleiten is onverstandig”, dixit Bert Mons, topman van Voka West-Vlaanderen. “Ook ideeën zoals een nieuwe koopkrachtpremie zijn niet aan de orde. De concurrentiepositie van onze exportgeoriënteerde bedrijven staat momenteel onder grote druk. Wat we niet moeten doen is onze loonhandicap opnieuw laten toenemen. Naast de historische loonkostenhandicap gaan ondernemingen gebukt onder sterk gestegen energiekosten. Voorzichtigheid moet de leidraad zijn in de komende loononderhandelingen.”
Slechte tijden
De CRB wijst erop dat de netto-rentabiliteit van de Belgische bedrijven na belastingen (7,3%) lager is dan in 1996 (8,2%). Daarbij is de situatie in de industrie ronduit slecht. In Duitsland, onze belangrijkste handelspartner, gingen vorig jaar 124.000 jobs verloren in de industrie. En ook bij ons is de trend negatief en volgen bedrijfssluitingen en reorganisaties elkaar op.
Voka vindt tot slot dat de loononderhandelingen beter kunnen gevoerd worden tussen werkgevers en werknemers en naargelang de sector en op bedrijfsniveau. Kortom: een pleidooi voor vrije onderhandelingen in plaats van gedicteerd door de wetgever.