Opleiding en innovatie cruciaal
Voka West-Vlaanderen is vooral bezorgd over het arbeidsmarkt- en opleidingsbeleid. Met het volledig verdwijnen van de RSZ-doelgroepenkortingen en de verdere afbouw van het Vlaams Opleidingsverlof (VOV) wordt het arbeidsmarktbeleid in Vlaanderen verder uitgekleed. Op 10 jaar tijd zijn de RSZ-doelgroepenkortingen van meer dan 600 miljoen euro per jaar teruggevallen naar nul.
Nochtans vereist de veranderende arbeidsmarkt net een ambitieus opleidingsoffensief. Digitalisering, artificiële intelligentie en de structurele arbeidsmarktkrapte zorgen ervoor dat ondernemingen net meer nood hebben aan werknemers met de juiste competenties. Een duidelijke langetermijnvisie op opleiding en levenslang leren blijft nodig.
“West-Vlaamse ondernemingen vinden vandaag al moeilijk de juiste mensen”, zegt Mons nog. “Tegelijk veranderen jobs razendsnel. Dan moeten we mensen niet minder, maar net méér kansen geven om zich om of bij te scholen. We hebben nood aan een echt opleidingsoffensief dat werknemers én ondernemingen voorbereidt op de economie van morgen. Positief is wel dat de investeringen in infrastructuur gevrijwaard blijven en dat niet wordt geraakt aan de innovatiesteun voor onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten bij ondernemingen. Voka West-Vlaanderen betreurt wel dat het voorziene groeipad voor bijkomende O&O-middelen wordt afgezwakt.”
Geen nieuwe taks op familiale bedrijfsoverdracht
De Vlaamse regering ziet af van de invoering van een bijkomende belasting op de overdracht van familiale ondernemingen. Dat was een rode lijn voor Voka West-Vlaanderen. Een hoger schenkingstarief zou liquiditeitsproblemen kunnen creëren en de continuïteit van familiebedrijven op het spel zetten.
“Familiebedrijven investeren over generaties heen en vormen de ruggengraat van onze economie, aldus de Voka-topman. “Een vlotte opvolging beschermt hun toekomst, hun werkgelegenheid en hun band met Vlaanderen. Dat deze bijkomende belasting er niet komt, is een belangrijke en juiste keuze. Maar het vermijden van een schadelijke maatregel maakt nog geen groeibeleid. Ondernemers verwachten ook beslissingen die hen daadwerkelijk vooruithelpen.”
Overheid moet grondiger naar eigen werking kijken
Dat de Vlaamse regering ook bespaart op haar eigen apparaat, is terecht. De ingrepen blijven evenwel onvoldoende. Voka West-Vlaanderen vraagt daarbij een grondig kerntakendebat: welke opdrachten moet de overheid zelf uitvoeren, wat kan eenvoudiger en waar kan ze efficiënter werken?
Een concrete AI-strategie voor de overheid moet helpen om administratieve processen te verbeteren, dienstverlening te versnellen en werkingskosten structureel te verminderen. Ook minder regeldruk en een sneller, rechtszekerder vergunningenbeleid moeten ondernemingen opnieuw ruimte geven om te investeren.
Geen extra factuur voor industrie
Tegelijk valt de sterke verhoging van de afvalwaterheffing moeilijk te rijmen met de ambitie om de Vlaamse industrie competitiever te maken. De maatregel treft ondernemingen die gezuiverd afvalwater lozen en legt net op een kwetsbaar moment een bijkomende factuur bij de industrie.
“Onze industrie heeft nood aan ademruimte en een stabiel investeringsklimaat”, vindt Bert Mons. “Nieuwe kosten helpen bedrijven niet om hier te blijven investeren. Zeker nu onze industrie onder druk staat, moeten we elke maatregel toetsen aan zijn impact op onze concurrentiekracht.”
Van begrotingsevenwicht naar groei
Voka West-Vlaanderen vraagt daarom dat de Vlaamse regering bij de verdere uitwerking van het akkoord consequent een groeitoets toepast: wat betekent een maatregel voor investeringen, productiviteit, concurrentiekracht en werkgelegenheid?
“De begroting op orde brengen is noodzakelijk, maar mag geen eindpunt zijn”, besluit Bert Mons. “Vlaanderen moet nu de switch naar groei maken: met minder regeldruk, snellere en rechtszekere vergunningen, een ambitieus opleidingsbeleid en voldoende investeringen in infrastructuur en innovatie. Alleen zo geven we ondernemers opnieuw vertrouwen om hier te investeren en te groeien.”