“We mogen vooral niet naïef zijn”, zo stelt Fedustra namens de textielsector. “Voor Europa, en zeker voor de Belgische textielindustrie, zijn er grote risico’s. India is één van ’s werelds grootste producenten van textiel en kleding en is de vierde grootste leverancier van textielproducten in Europa. Het akkoord zal onvermijdelijk leiden tot een nog aanzienlijke toename van de invoer van Indiase textiel- en kledingproducten. Volgens ramingen zelfs tot 8,4 miljard euro, terwijl de Europese export naar India slechts met 1,4 miljard euro zou toenemen. Het staat in de sterren geschreven dat dit tot druk op onze bedrijven en banenverlies zal leiden.”
Fedustria koppelt daarom nu al voorwaarden aan het akkoord dat ook nog door het Europees parlement moet goedgekeurd worden. In totaal gaat het om vier essentiële voorwaarden:
Daarom vraagt Fedustria dat het vrijhandelsakkoord met India aan vier essentiële voorwaarden voldoet:
1. Gelijke concurrentievoorwaarden
Indiase producten die onze markt binnenkomen, moeten voldoen aan dezelfde duurzaamheidsvereisten, productnormen, milieustandaarden en sociale verplichtingen als Europese producenten. Onze bedrijven werken onder strenge regels en kunnen enkel concurreren wanneer dezelfde standaarden gelden voor iedereen.
Vandaag laat de ondermaatse marktcontrole in de EU al te vaak toe dat goedkoop en niet conform textiel ongecontroleerd binnenkomt – dat risico dreigt nu verder toe te nemen.
2. Echte en afdwingbare markttoegang in India
Alle regionale of deelstaatgebonden heffingen, aanvullende rechten en belastingen die alleen gelden voor buitenlandse bedrijven moeten worden afgeschaft. Markttoegang mag geen papieren belofte zijn, maar moet effectief voelbaar zijn voor onze ondernemers.
3. Eliminatie van niet-tarifaire handelsbelemmeringen
Europese bedrijven mogen niet worden geconfronteerd met bureaucratische, administratieve of technische obstakels die de Indische markt in de praktijk ontoegankelijk maken. Ook worden Indiase textielbedrijven veelal gesubsidieerd. Om een gelijk speelveld te creëren met Europese bedrijven mag dit ook niet langer het geval zijn.
4. Een geleidelijke en realistische afbouw van Europese invoerrechten op Indiase kleding en textiel
Liberaliseringsstappen moeten gecontroleerd en gefaseerd verlopen. Een te snelle afbouw zou onze textielindustrie zwaar onder druk zetten en de concurrentiekracht van onze bedrijven ondermijnen. Enkel een stapsgewijze aanpak geeft onze sector de tijd om zich aan te passen, te investeren en competitief te blijven.
Agoria euforisch
Een heel ander geluid is te horen bij de technologiefederatie Agoria. “Het EU-India-akkoord is cruciaal om onze handelsrelaties te diversifiëren, nieuwe markten aan te boren en de toegang tot een groeiende markt van 1,4 miljard consumenten te verzekeren”, aldus een officiële mededling. “De verlaging van tarieven op machines en technologische producten en onderdelen biedt grote kansen voor onze technologiebedrijven. Net zoals Mercosur is dit een extra troefkaart in een wereld waarin steeds harder gepokerd wordt. Nu moet het Europees Parlement zorgen voor een snelle ratificatie.
Het akkoord creëert volgens Agoria een vrijhandelszone van twee miljard mensen en kan de EU-export naar India tegen 2032 verdubbelen. Voor de technologische industrie zijn er belangrijke voordelen: verlaging van de Indiase invoerrechten op technologische producten, afschaffen van niet-tarifaire barrières en omslachtige procedures, toegang tot de Indische dienstenmarkt en betere bescherming van intellectuele eigendom.
Bovendien wordt er specifiek ingezet op kmo’s, door het creëren van een contactpunt dat moet helpen kmo’s te begeleiden op de Indiase markt, zo besluit Agoria.