Three Corners Hungary Management(1)

West-Vlaamse ondernemers in Hongarije (4): Familie Lambrecht (Three Corners) runt vijf hotels in hartje Budapest

BUDAPEST - De West-Vlaamse familie Lambrecht mag dan met het bedrijf Three Corners vooral bekend zijn van zijn zonovergoten hotels in het zuiden van Egypte, toch runt ze daar bovenop ook nog eens 5 hotels in hartje Budapest. "De lokroep van Centraal Europa was groot, en de liefde deed de rest", lacht Didier Lambrecht (4e van rechts op de foto).

 

Ze zijn met drie broers en zetten samen met hun nog altijd actieve moeder (82) het hotelimperium van hun in 2015 overleden vader Frans verder: Pascal Lambrecht, Didier Lambrecht en Christophe Lambrecht. Schouder aan schouder. “Maar in Hongarije is mijn vrouw de facto de baas”, lacht Didier Lambrecht.

Het Hongaarse hotelverhaal begon in 2012 toen Didier in Budapest de liefde vond bij een lokale schone. Het leidde meteen naar de opening van een eerste hotel (Art Hotel met 36 kamers). Inmiddels is dat aantal al opgelopen tot 5 met het Anna Hotel (58 kamers), het Lifestyle Hotel (60 kamers), het Downtown Hotel (74 kamers) en Hotel Avenue (64 kamers). Elk hotel tekent voor een eigen concept, geen eenheidsworst.

“We mikken altijd op het betere middensegment, vanaf 3 sterren superior tot en met vier sterren zeg maar”, aldus Didier Lambrecht. “Daar situeert zich 40 procent van alle vraag naar hotelkamers. We mikken niet hoger, want dat is slechts een beperkt deel van de markt. Ons cliënteel in Budapest bestaat uit een mix van businessmensen en toeristen. Het is een feit dat het toerisme in de Hongaarse hoofdstad de voorbije tien jaar enorm in de lift zit. Hongarije mag dan al deel uitmaken van de EU, toch is de vennootschapsbelasting er een pak lager dan in België.”

Focus houden

Didier Lambrecht heeft in Budapest ook een ‘IT-support- en administratiekantoor’ geïnstalleerd die werkt voor de hele groep Three Corners. “Want”, zegt hij, “software is in de hotelbusiness ongemeen belangrijk geworden om alle stromen op te volgen. We kunnen best tevredfen zijn van onze Hongaarse medewerkers. Onze filosofie is eenvoudig, waar we ook komen: we wilen er een family business van maken, te weten informeel, extreem klantvriendelijk (delight the customer) en met doorgroeimogelijkheden voor de eigen Hongaarse medewerkers. Je moet ingebed zijn in een context, we geloven in lokale kruisbestuiving. Zo werken we bijvoorbeeld ook samen met lokale artiesten die hun kunstwerken kunnen etaleren in onze hotels. We vinden dat belangijk. Zoals we ook zweren bij het principe schoenmaker blijf bij uw leest. Focus dus op een optimale hotelervaring, inclusief bar en ontbijt, maar dus niet op een eigen restaurant in de avonduren. In Budapest wemelt het immers van de eetgelegenheden.”