pancarte apart

Westhoek kende een bijzonder moeilijk jaar 2025

VEURNE, IEPER, DIKSMUIDE - Hoe staat de Westhoek er vandaag economisch voor? 2025 bleek een bijzonder moeilijk jaar voor heel wat bedrijven, zo stet Voka West-Vlaanderen vast. Het aantal faillissementen nam toe en dat werd amper gecompenseerd door voldoende nieuw startende bedrijven. Voka roept op tot actie om het tij te keren.

foto: archief    

 

In de regio Ieper–Poperinge nam het aantal faillissementen toe met 2,2% ten opzichte van 2024. In Diksmuide was die stijging 3,6%. Veurne vormt een positieve uitzondering, met een daling van het aantal faillissementen met 23,1%.
Bij het aantal starters was het beeld iets positiever. Tijdens de eerste helft van 2025 daalde het aantal starters in Ieper
met 1,3%, terwijl we een stijging van respectievelijk 1,5% en 4,4% noteerden in Veurne en Diksmuide tegenover dezelfde periode een jaar eerder. Tegelijk blijft er ook sprake van een netto-aangroei van ondernemingen, die schommelt tussen 0,5 en 1%. Relatief onbeduidend.

Moeilijke arbeidsmarkt

De arbeidsmarkt is en blijft één van de grootste uitdagingen voor de regio. Het aantal ontvangen vacatures bij VDAB steeg opnieuw met 2,4%. Het aantal openstaande vacatures kent dan weer een opvallende daling (-12,3%). Het aantal openstaande uitzendopdrachten blijft min of meer stabiel met een stijging van een goeie 3%.
De werkzoekendengraad steeg wel licht van 5% in 2024 naar 5,4% in 2025, maar blijft historisch laag. Dat vertaalt zich dan ook in een hoge spanning per vacature: 2,78 in Ieper, 2,64 in Veurne en zoals altijd spant Diksmuide de kroon met een spanningscijfer van slechts 0,91. In dat laatste geval is er theoretisch dus minder dan één kandidaat per vacature.
“Deze cijfers tonen aan dat de economische motor wat vertraagt, maar dat de krapte op de arbeidsmarkt structureel blijft”, stelt Vincent Callens, Voka-regiovoorzitter Ieper. “De krapte blijft, maar we horen toch dat bedrijven iets makkelijker mensen vinden dan een tweetal jaar geleden.”

Nood aan actie

Aangezien de krapte door de demografische evolutie niet snel zal afnemen, blijft Voka West-Vlaanderen pleiten voor een forse focus op activering van niet-actieven, zoals langdurig zieken, NEET-jongeren en mensen met een migratieachtergrond.

Tegelijk moet ook wie vandaag werkt beter ondersteund worden. “Levenslang leren blijft essentieel, maar is nog te vaak geen
vanzelfsprekendheid bij zowel werkgevers als werknemers”, benadrukt Pieter De Brabandere, Voka-regiovoorzitter
Veurne.

Daarnaast wijst Voka op het belang van het aantrekken van internationaal talent. “Een aansluiting van Ieper en Veurne bij het International House West Flanders zou een sterk signaal zijn om internationale talenten én bedrijven in onze regio beter te ondersteunen”, klinkt het eensgezind.

Ruimtegebrek zet rem op ondernemerschap

Naast de arbeidsmarkt vormt het gebrek aan beschikbare bedrijventerreinen een steeds nijpender probleem. “Tijdens de voorbije legislatuur is er geen enkele hectare extra ruimte om te ondernemen bijgekomen”, stelt Pieter De Brabandere. “En er is ook geen beterschap zichtbaar op korte termijn. Als mensen ons vragen wanneer er extra ruimte kan bijkomen, moeten we het antwoord spijtig genoeg schuldig blijven.”
Dat gebrek aan ruimte heeft concrete gevolgen. “Lokale bedrijven met uitbreidingsplannen, maar ook buitenlandse
investeerders, botsen systematisch op een neen”, zegt Vincent Callens. “Terwijl Noord-Frankrijk net volop inzet op het aantrekken van nieuwe investeringen, waaronder ook ondernemingen uit de Westhoek. En dat heeft ook een rechtstreeks effect op de arbeidsmarkt. Er zullen veel handen nodig zijn om alle nieuwe fabrieken in Noord-Frankrijk draaiende te houden. De Noord-Fransen die op vandaag nog in onze regio aan de slag zijn, zullen de eersten zijn die in het vizier komen.”

Voka West-Vlaanderen vraagt daarom om werk te maken van de bevestiging van vier strategische zoekzones uit de herafbakening van de kleinstedelijke gebieden. Voor Ieper gaat het onder meer om de zone aan de Pilkemseweg en de Noorderring, en mogelijk ook Reigersburg. In Poperinge ligt een uitbreiding van Sappenleen voor de hand. Voor Veurne zien we potentieel in de zone tussen de Brugse Steenweg en de spoorlijn maar ook bij de militaire basis in Koksijde en langs de E40, terwijl in Diksmuide zowel de zoekzone aan de Vlavaart als IJzer-Noord cruciaal zijn voor de toekomst.

Betere ontsluiting blijft absolute prioriteit

Als het op mobiliteit aankomt, blijft de verbinding tussen Ieper en Veurne knelpunt nummer één in de regio. “Op dat vlak werden de afgelopen maanden gelukkig enkele nieuwe stappen gezet”, vertelt Vincent Callens. “Zowel de politiek als de stakeholders komen op geregelde tijdstippen samen om de verdere toekomst van het traject tussen Vleteren en Ieper te bepalen. Maar waakzaamheid is geboden. We moeten opletten dat we – door iedereen tevreden te willen houden – niet landen op een oplossing die er eigenlijk geen is. De focus van het Complex Project is al dusdanig verengd dat we ons eigenlijk afvragen of het sop de kolen nog waard is. Als we al die jaren hebben stilgestaan om enkel een minimale omleidingsweg te realiseren, zou dat te gek zijn voor woorden. We blijven pleiten voor een maximale impact die de doorstroming, de leefbaarheid én de verkeersveiligheid een boost moet geven.”

Positiever nieuws komt er uit Diksmuide, waar de zuidelijke omleidingsweg langzaam maar zeker vorm begint te
krijgen. Dat project zou tegen het einde van deze legislatuur af moeten zijn. “Dat zal voor alle bedrijven op het
bedrijventerrein Heernisse en ook voor iedereen die in het stadscentrum woont, een gigantische stap vooruit zijn”,
denkt Pieter De Brabandere.

Grensproblemen

Op federaal beleidsniveau is er onlangs een intentieverklaring getekend door de Belgische regering en de Franse regering. Eén van de belangrijkste punten is het aanpakken van de tonnageproblematiek op de grens, wat voor veel bedrijven uit de regio een pijnpunt is.

“Grensoverschrijdend verkeer is momenteel beperkt tot 40 ton, terwijl binnen België en Frankrijk afzonderlijk een capaciteit tot 44 ton is toegestaan”, legt De Brabandere uit. “Hierdoor gaat op grensoverschrijdende ritten tot 4 ton laadvermogen verloren: dat zijn veel extra ritten en dus slecht voor het milieu, extra verkeer op de baan en vooral een grote kost voor veel bedrijven. Mocht dit snel aangepakt kunnen worden, zou dat een heuse meevaller zijn.”