Foto: Joris Herregods Foto: Joris Herregods

Geek-winkel FANS in Kammenstraat bestaat 40 jaar: “Wij waren een baken van vrijheid”

In de tijd dat de Kammenstraat nog de reputatie had guur en onveilig te zijn, opende Nico Volckeryck (59) er FANS. We spreken 1983. Van punk, gothic, hardcore en grunge tot vandaag de geeks: al veertig jaar steekt dit winkeltje zijn nek uit voor de verschillende subculturen eigen aan een stad. “We spelen in op wat er leeft, maar zelf ben ik punk gebleven. Ik blijf mijn goesting doen.”

Dé plek voor alles wat alternatief is in Antwerpen en beyond, zo omschrijft Nico Volckeryck FANS. Hij toont een foto van het hoekpand in de Kammenstraat in de beginjaren van FANS. Volledig beschilderd met graffiti. “Het werk van kunstenaars die nadien nog naam hebben gemaakt. Maar het toenmalige stadsbestuur kon dat niet pruimen. Van burgemeester Leona Detiège kregen we een brief dat we een dwangsom van enkele honderden Belgische frank per dag moesten neertellen, zo lang die graffiti bleef.”

Het is maar een van de verhalen die Nico Volckeryck uit zijn hoed tovert. FANS is dan ook een van de weinige zaken die in de Kammenstraat de tand des tijds wist te doorstaan. “Veertig jaar geleden was ik een echte punker”, lacht hij. “Mijn partner was toen erg bezig met songteksten. David Bowie, Sex Pistols. We lieten die teksten op buttons zetten en verkochten ze. Na een tijd hadden we zo’n grote voorraad dat we een magazijn zochten om alles te stockeren. Ons oog viel op dit pandje. Ze vroegen omgerekend zo’n 20 euro huishuur per maand. Het was de tijd van de crisis in de jaren 80. Er was geen werk en er waren geen honderd regels voor wie een winkel wilde starten.” En dus beslisten ze niet veel later om van FANS een winkel te maken.

“We kochten enkele potten zwarte verf, een aantal paravents op de rommelmarkt die konden dienen als pashokjes en we spoten kiekendraad roze om de etalage mee in te richten.” Naast buttons, verkochten ze ook bandshirts en schoenen van Dr. Martens. Nico: “Toen waren we nog een van de weinige winkels in België waar je die schoenen kon kopen. Wat we ook verkochten, waren sweaters van modeontwerpster Vivienne Westwood. Zij maakte deel uit van de punkscene en deed hele maffe dingen. Op haar sweaters stonden onder andere foto’s van orgieën”, lacht hij. “Die hingen we in de etalage. Dat was goed om de wind van voren te krijgen, onder meer van Gazet van Antwerpen.”

Foto: rr
Foto: rr

De dino’s van de straat

Wanneer FANS tien jaar bestond, kregen Nico en zijn partner de kans om het winkelpand te kopen. “De eigenaar wilde ervan af. De buurt was volgens hem te gevaarlijk. Familie en vrienden verklaarden ons gek, maar we zijn ervoor gegaan en hebben dit gebouw voor een appel en een ei op de kop kunnen tikken.”

Lang was FANS de enige zaak in een grauwe Kammenstraat. In 1996 volgde Naughty I, de eerste vintage winkel in Antwerpen, van Luc Carpentier die er nadien ook het straatfestival Laundry Day uit de grond stampte. Nog een jaar later opende Fish & Chips de deuren. En ook schoenwinkel Zappa mag zich na 25 jaar een van de ‘dinosaurussen van de straat’ noemen, zoals Nico het zelf verwoordt.

“Vanaf toen ging het snel. Ketens vonden hun weg naar hier. Ze kwamen voor de sfeer, maar tegelijkertijd distantieerden ze zich ervan. Zo gaat dat.”

Foto: Joris Herregods
Foto: Joris Herregods

Altijd contrair

Zelf bleef Nico met FANS gewoon zijn ding doen. “Soms schopten we daarbij tegen de schenen. Denk aan die keer dat we in Londen een collectie zwarte hemden met communistische tekens inkochten. Die hingen we in de etalage. Op een ochtend kwamen we toe en zagen we dat er een kogelgat in onze vitrine zat. Waarschijnlijk een daad vanuit extreemrechtse hoek. Nochtans ben ik helemaal niet communistisch. Ik ben anarcho-liberaal.”

Dat het verhaal van FANS stormachtig leest, is intussen duidelijk. “We waren de eerste punkwinkel van Antwerpen. Voor velen was dit een baken van vrijheid. Jongeren kwamen zich hier op de middag omkleden: schooluniform uit, punkkleren aan. Na de middagpauze gingen ze weer braaf in uniform naar de les. Aan onze toonbank hebben we veel ruzies meegemaakt. Moeders die niet wilden dat hun dochters met hoge plateauzolen zouden rondlopen. Dat soort zaken.”

Nadien kwam de gothic-scene op en speelde FANS ook daar op in. “Daarna volgde de cyberpunk met de typische fluokleuren, de grunge, hardcore,… We hebben altijd ingespeeld op subculturen. Vandaag is dat voornamelijk de geek-cultuur. En we zijn altijd contrair geweest. Ik mag dan een diploma in handelsadministratie hebben, hier doe ik het tegenovergestelde van wat ik op school heb geleerd.”

Foto: Joris Herregods
Foto: Joris Herregods

Funko

Wie vandaag FANS binnenwandelt, botst op muren vol collector’s items. Van Harry Potter en Star Wars over anime tot collectibles van het op dit moment immer populaire Stranger Things en Wednesday. “Nieuwe verzamelaars helpen we op weg. Doorwinterde fans helpen we bij het zoeken naar wat ze nog missen in hun collectie.”

Een van die fanatieke verzamelaars is Danny Matot. Hij spitst zich toe op de Funko-poppen. “Zes jaar geleden ben ik ze beginnen verzamelen. Ondertussen heb ik er zo’n drieduizend”, vertelt hij. “Die staan thuis allemaal opgestapeld.” In hun oorspronkelijke verpakking welteverstaan. “Wil ik er eentje uitpakken, dan koop ik hem dubbel zodat er altijd een in zijn originele staat blijft.”

Foto: Joris Herregods
Foto: Joris Herregods

Danny springt dagelijks binnen bij FANS. Net als Frank. “Wie bij hem binnenkomt, wandelt door een verhaal”, zegt Nico. Frank knikt. “Mijn kot staat vol”, knikt Frank. Hij gaat vooral voor de grote items. “Van Harry Potter en The Lord of the Rings.” Nico: “Zelf ben ik een groot liefhebber van Star Wars. Ik heb ook een hele mooie verzameling, maar als een klant iets wil, dan maak ik van mijn hart een steen en verkoop ik het.”

Dit jaar bestaat FANS veertig jaar. En aan stoppen denkt Nico nog lang niet. “Stilvallen, dat lijkt mij het ergste wat er is.”