Afbeelding3 Foto Marc Herremans

In de Makro was alles te koop, maar dat is niet meer van deze tijd

DEURNE - Mogelijk verdwijnt Makro straks na een halve eeuw uit ons straatbeeld. De Belgische tak van de winkelketen heeft bij de ondernemingsrechtbank van Antwerpen een verzoekschrift ingediend voor bescherming tegen schuldeisers. Begin jaren zeventig was het voor veel Vlaamse werknemers nochtans een sport om aan een Makro-kaart te geraken, om er te kunnen gaan shoppen.

LEES OOK. Winkelketen Makro Cash & Carry Belgium vraagt bescherming tegen schuldeisers

Een Makro-kaart. Voor veel Vlamingen was dit begin jaren zeventig de heilige graal. De sleutel tot het Walhalla van het shoppen. De verboden vrucht waar ze zo naar snakten. De stormram tegen discriminatie. Want zo voelde het. Er was een nieuwsoortig winkel gekomen waar alleen maar een kleine groep binnen mocht: mensen met een handelsnummer. Handelaars dus. Alleen die groep mocht binnen in de Makro. Want zo had de Nederlandse Steenkolen Handelsvereniging (NSH), de toenmalige eigenaar van de Makro-formule, de Makro in de markt gezet: een groothandel alleen voor handelaars.

In 1968 openden ze in Nederland. In 1970 was Vlaanderen aan de beurt. Op 7 januari van dat jaar lanceerden ze de promotiecampagne met een paginagrote krantenadvertentie onder de titel: Bijna 300 betrekkingen te begeven.

 

Krantenadvertentie van januari 1970. Foto GvA

Die krantenadvertentie was met vacatures voor de eerste Makro-vestiging in Deurne, bij Antwerpen. Er werd van alles gezocht, waarmee Makro meteen een inkijk gaf in de omvang van zijn assortiment. Ze zochten verantwoordelijken voor vlees, textiel, meubelen, goud en zilver, zelfs fototoestellen en pruiken.

“Werkelijk alles was te koop bij Makro en op een ongekende oppervlakte. Echt niet meer van deze tijd”, zegt Jorg Snoeck van de retailsite RetailDetail: “Daaraan ook is Makro kapotgegaan.”

Maar dan was in de beginjaren juist hun sterkte. De verlokking, maar dus alleen voor handelaars. In die eerste advertentie stond het ook duidelijk: “Daar wij een groothandelaar zijn, wordt uitsluitend toegang verleend aan kleinhandelaars, horeca-ondernemers en administratieve diensten van grote bedrijven.” Vanaf maart mochten die gelukkigen hun Makro-kaart aanvragen, mits voorlegging van hun handelsnummer en een paar recente bestelbonnen van hun grootste klanten.

Op 26 april 1970 opende de eerste Makro in Deurne. Alles was er om ter grootst. De winkel stond op een terrein van 60.000 m2 waarvan 18.000 m2 voor de winkel was; de grootse Makro tot dan toe. Binnen was er een assortiment van 35.000 artikelen, verdeeld over 10 food- en 17 non-food-secties. Daarnaast was er nog een restaurant én de winkel was open van 8.15 uur tot 22.30 uur “om alle kleinhandelaars de kans te geven langs te komen wanneer het hen paste.”

 

Krantenstuk bij opening van de eerste Makro. Foto GvA

Meteen stak wil geraas op bij de andere groothandelaars in de regio. Oneerlijke concurrentie! Maar Joep Paternostre, de Nederlander die Makro naar Vlaanderen had gestuurd, sprak sussende taal in de pers. “Wij zijn niet als andere groothandelaars. Die anderen brengen hun producten naar de detailhandelaars. Bij ons moeten ze hun gerief zelf komen halen. Wij gaan dus kleinere hoeveelheden verkopen.”

Ondertussen trachtten zoveel als mogelijk Vlamingen aan een Makro-kaart te geraken. Sommigen zetten een fake handeltje op om zo aan een handelsnummer en dus een Makro-kaart te geraken. Andere kwamen shoppen met de kaart van oom of tante, die wel een winkel had. Of bedrijven gaven hun werknemers een Makro-kaart als eindejaarsbonus. Makro controleerde er amper op want hoe meer klanten, hoe groter de omzet.

Weerstand groeit

Het deed allemaal de weerstand van de kleinhandelaars tegen Makro groeien. Toen Makro een bijhuis zou openen in Alleur (Luik) kwam de middenstand er op straat: “Makro laat te veel gewone klanten toe, klanten die bij ons niet meer komen kopen.”

Ondertussen deed “Hollander” Joep Paternostre rustig door met de uitbreiding van zijn Makro’s. Er zouden er uiteindelijk zes komen. Ook in het Oost-Vlaamse Eke. Ondanks het felle protest ertegen van de groep HALT (handelaars, land- en tuinbouwers). Bij de opening van die gecontesteerde Makro-vestiging voelde Paternostre dat hij iets goed te maken had en schonk hij drie kleurentelevisies aan pedagogische instellingen in de streek.

Maar niet iedereen was tegen Makro. De koning was fan, want hij gaf Joep Paternostre de titel van Ridder in de Kroonorde. Vooral omdat Makro ondanks de opkomende economische crisis (de oliecrisis!) ook na midden jaren zeventig zoveel werkgelegenheid bleef creëren in ons land.

Maar het succes hield niet aan. Eind jaren tachtig verkocht SHV de Europese Makro’s aan de Duitse METRO Group. Er werd van alles gedaan om de achteruitgang te stoppen. Zoals het vrijgeven van de Makro-kaart voor iedereen. Maar het kwam niet meer goed. Nu dus heeft de groep een bescherming tegen schuldeisers aangevraagd.

Niet meer van deze tijd

Jorg Snoeck van RetailDetail zegt dat wat nu gebeurt er al lang zat aan te komen. “Het model van Makro – die immens grote oppervlaktes aan winkelruimte – dat is niet meer van deze online-tijd.”

Niet alleen dat is passé, ook het concept van business to business-winkels is ondertussen al lang niet meer zo exclusief als in de beginjaren van Makro. Onder andere de groep Sligro, Delides maar ook Colruyt zijn al in dat gat gesprongen.

Jorg Snoeck denkt niet dat alles van Makro zal verdwijnen. Allicht blijven de Metro-winkels bestaan. “En dan kunnen ze de rest van hun patrimonium verkopen. Geen slecht patrimonium. Want de koper van een Makro-pand moet al geen winkelvergunning meer aanvragen want die is er al. Voor de doe-het-zelf-keten Hornbach bijvoorbeeld kunnen de Makro-winkels interessant.”