landbouw

In 6 jaar hingen 635 Limburgse landbouwers de riek aan haak

Elk jaar houden er zo'n 80 land- en tuinbouwers in onze provincie er vrijwillig mee op. Dit was in de periode 2014-2020 goed voor welgeteld 548 dossiers. Daarenboven vielen er in de sector 87 faillissementen te betreuren. De stikstofperikelen en de evolutie van de prijzen voorspellen niet veel beterschap, zo wordt gevreesd.

Het is Vlaams parlementslid Roosmarijn Beckers (Vlaams Belang) die de cijfers over de stopzettingen in Limburg heeft opgevraagd bij landbouwminister Jo Brouns (CD&V). Daaruit blijkt dat er per jaar zo’n 80 bedrijven er de brui aan geven, terwijl er 56 nieuwe worden opgericht. De balans is dus negatief, en dat is al jaren zo.

Eén op de drie landbouwbedrijven die de riek aan haak hingen, deed aan akkerbouw. 22 procent had een gespecialiseerd veeteeltbedrijf en 20 procent was in de tuinbouw actief. “Ook het aantal fruittelers is de laatste jaren fors gedaald”, weet Beckers uit eerdere parlementaire vragen. “Daarnaast zijn er sinds 2014 in Limburg ook 87 faillissementen in de land- en tuinbouw opgetekend.”

Peer, Gingelom, Bilzen, Riemst en Sint-Truiden vormen de top vijf van gemeenten met het hoogste aantal stoppende land- en tuinbouwbedrijven, allemaal goed voor minstens 26 dossiers. Over de oorzaken bestaat verdeeldheid. “Het desastreuze landbouwbeleid van de Vlaamse regering”, aldus Roosmarijn Beckers. “De landbouwers worden verplicht om steeds opnieuw uit te breiden, en doen ze dit niet, dan mogen ze sluiten. Op die manier verdwijnt onze familiale landbouw helemaal.”

Binnen de sector zelf is te horen dat de lage prijzen voor de afgeleverde producten zijn die het niet meer de moeite maken om in deze stiel verder te gaan. En ook de regelgeving rond ruimtelijke ordening en de stikstofuitstoot doet de goesting om te ondernemen in de sector smelten.