Nationaal

Wouter De Geest, afzwaaiend voorzitter Voka: “Van nu tot 2024 hebben onze bedrijven 32 miljard euro extra loonkosten”

Wouter De Geest, Foto: Jeroen Hanselaer.

Wouter De Geest, de vroegere baas van BASF, inwoner van Kapellen en supporter van AA Gent –“daar geboren en altijd wel en wee gedeeld van de ploeg” – is nog heel even voorzitter van Voka, het Vlaams netwerk van ondernemingen. Maandag zwaait hij af. Nog één keer laten we hem als spreekbuis van 18.000 bedrijven zijn verhaal doen. Over de loonlasten met name, die door de indexering met meer dan 10% stijgen: “Met dramatische gevolgen. Van nu tot eind 2024 hebben onze bedrijven 32 miljard euro extra loonkosten.”

Het gesprek vindt plaats in een plechtstatige zaal in het hoofdkwartier van Voka in de Koningsstraat in Brussel, waar Wouter De Geest, 68 jaar, in de voorbije vier jaar de ene crisis na de andere bestreed: de pandemie, de bevoorradingscrisis en nu de oorlog, de energiecrisis, de galopperende inflatie en de mee galopperende loonlasten. Die zijn volgens de bedrijven onhoudbaar. Parallel met dit gesprek maakte Axa bekend dat de hogere lonen voor het deel boven 5.400 euro bruto simpelweg niet zullen geïndexeerd worden, een ophefmakend precedent. Om maar een idee te geven hoe brandend de kwestie is.

Eigenlijk moeten de sociale partners, werkgevers en vakbonden, onder mekaar tot een akkoord komen over het loonbeleid, maar dat overleg is voor de zoveelste keer mislukt. Heeft het nog zin? 

Wouter De Geest“Ik heb zelf jarenlang het sociaal overleg geleid bij BASF en ik heb er de noodzaak en de kracht van gezien. Vooral dan binnen de onderneming. Met mensen met een gemeenschappelijk doel: niet de onderneming ten gronde richten, maar ervoor zorgen dat het goed gaat, dat er geïnvesteerd en geïnnoveerd wordt, dat er een goede arbeidsorganisatie is en een goede leerorganisatie ook. De vraag is op welk niveau dit overleg het best gevoerd wordt. Eenheidsworst heeft geen zin. Op nationaal niveau moeten we het wel over één zaak eens zijn, dat de concurrentiekracht belangrijk is en die meet je tegenover de buurlanden. Als er daarover al discussie is …”

Vaak wordt geklaagd over de geloofwaardigheid van de politiek. Die van de sociale partners ligt daar waarschijnlijk nog een stuk onder.

“Wel, als men het niet eens is over het fundament van de concurrentiekracht … Het wordt nog moeilijker als er geen derde betaler is. Vroeger sprong de regering bij om de factuur te betalen van sociale akkoorden, maar de regering heeft geen geld meer. Dan kom je in een patstelling. Die nu echt pregnant is geworden. Het loonbeleid is cruciaal. De Belgische economie is een open economie, voor 80% gericht op export. De vergelijking met het buitenland is belangrijk. We moeten onze grote industrietakken overeind houden. Daartegenover staan de systemen om de koopkracht aan de inflatie aan te passen. Daar is op zich niks mis mee, er is geen land ter wereld waar daar niet over gepraat wordt. Alleen gebeurt dat bij ons dus automatisch (via de index, red.). Met dramatische gevolgen: van nu tot 2024 hebben onze bedrijven 32 miljard euro extra loonkosten. Dat is een gigantisch bedrag.”

Wat stelt u voor?

“We hebben mekaar vastgereden. Hoe kun je dat deblokkeren? Op korte termijn mag je niet tornen aan de wet op het concurrentievermogen, onze waarborg voor competitiviteit (de loonnorm die bepaalt dat de lonen maar mogen stijgen in verhouding met de lonen in de buurlanden, red.). Wat dan? Dan moet je durven nadenken over het automatisme (de indexering dus, een term die De Geest praktisch niet in de mond neemt, red.). De lonen gaan nu vooral steil omhoog door de energieprijzen, maar als die weer zakken, dalen de lonen niet mee. Het gaat maar in één richting. De index als bewaker van de koopkracht is één ding, maar we moeten nadenken over het mechanisme zelf. Bijvoorbeeld dat je laagste inkomens beschermt, maar niet op dezelfde manier de hogere lonen laat stijgen.

 

Foto’s: Jeroen Hanselaer.

 

Wat denkt u van premies in plaats van een loonstijging?

“De loonnorm, de mogelijke stijging van de lonen bovenop de index, zit op 0%. Dat zou zo moeten blijven, willen we op termijn de loonhandicap, het verschil met de lonen in het buitenland, opnieuw in orde krijgen. We hebben er jaren over gedaan om onze lonen concurrentieel te maken, dat moeten we nu niet weggooien. En premies? Een paar bedenkingen: sowieso zijn er onderhandelingen per onderneming of sector. Je zou er ook geen vaste bedragen op mogen plakken. En de vrees is er dat de regering het voor zijn rekening neemt, maar het dan op een slinkse manier fiscaal gaat financieren, met belastingen dus. Ik denk niet dat ze het zo boosaardig zullen spelen, maar daar moet je voor oppassen.”

De liberale vakbond heeft eens het idee gelanceerd van winstdeelneming: laat werknemers voor een stuk meedelen in de winsten van bedrijven. Arbeidseconoom Stijn Baert vindt dat een goed idee.

“Maar dat bestaat allemaal. Dat kun je in CAO’s afspreken. Het zijn allemaal zaken die goed bedoeld zijn, om netto de koopkracht te verhogen zonder excessieve loonstijgingen. Maar je moet dan wel rechtszekerheid hebben, niet dat het morgen ineens gefiscaliseerd wordt. En het idee is goed, maar dan moet je ook aanvaarden dat het doel is samen met de onderneming afspraken te maken. Zoals bij Duitse bedrijven, de Mitbestimmung, medewerkers die mee beslissen. In zo’n concept past echter het automatisme niet (de indexering dus, red.), die dan eigenlijk heel veel voorafname is op gelijk welke onderhandeling. Medewerkers kunnen dan mee beoordelen of het verstandig is om de lonen helemaal mee te laten stijgen met de inflatie. De loonhandicap is weer naar 6% gestegen. Als dit aanhoudt, zullen investeringen herdacht worden, riskeren we de-industrialisering, gaan bedrijven overwegen om vacatures open te laten. Je krijgt het risico op verlies van welvaart en welzijn. Moeten we wachten tot er faillissementen zijn, tot arbeidsplaatsen niet meer worden ingevuld? Op de werkvloer hoor je personeel zeggen dat voor hen het belangrijkste is dat hun job gegarandeerd blijft. Dat is zoiets dat naar boven komt bij sociaal overleg binnen de onderneming zelf.”

Bedrijven kunnen het moeilijk hebben of ze kunnen het goed doen. Of extreem goed. Stuit het u niet tegen de borst dat de grote oliebedrijven tien- en tientallen miljarden pure winst binnenrijven, terwijl wij kou lijden?

“Men moet oppassen met het begrip overwinst. Ondernemingen gaan door cycli. Ze kunnen een paar boerenjaren hebben, maar je moet het ook op langere termijn bekijken.”

Dat zal wel, maar als ik grootaandeelhouder ben van een oliemultinational, heb ik mijn miljarden binnen.

“Denkt u niet dat die ondernemingen, wereldwijd bekeken, in hun remuneratieplannen in winstdeelneming voorzien? In een fair aandeel voor de medewerkers? Waarom is er nu plots die grote appetijt om achter hun winsten aan te gaan? De regering heeft een budgettair probleem en beslist dan plots om zich dingen te gaan toe-eigenen bovenop de normale fiscaliteit. ‘Wij beslissen wanneer we dat afpakken.’”

De regering heeft een budgettair probleem en beslist dan plots om zich dingen te gaan toe-eigenen bovenop de normale fiscaliteit. ‘Wij beslissen wanneer we dat afpakken.’

Toen Jean-Luc Dehaene in de jaren negentig de zorgpremie invoerde om de stijgende zorgnood op te vangen, zijn we die maar beginnen betalen allemaal. Waarom de multinationals dan niet eens aanspreken?

“40% van de toegevoegde waarde van ondernemingen gaat naar de overheid, in de vorm van belastingen, bijdragen voor de sociale zekerheid … Wij verwachten van die ondernemingen ook dat ze miljarden investeren in de transitie weg van fossiele brandstoffen en dat ze zorgen voor tewerkstelling …”

In de praktijk halen de oliebedrijven nog maximaal en zo lang mogelijk winst uit fossiele brandstoffen en investeren ze maar zoveel in alternatieve energie als hen opportuun lijkt. Het is niet dat ze daar idealistisch in zijn.

“Ondernemingen zijn geen idealisten. Ze moeten ook realist zijn in eerste instantie. Als ze willen overleven, moeten ze de weg naar decarbonisatie wel inslaan. Als je winsten nu extra belast, wat doe je dan als bedrijven het moeilijk krijgen? Je moet de zaken in balans zien. Er zijn heel wat bedrijven die de stijgende loon- en energiekosten niet kunnen betalen en die moeten besparen, op innovatie, op investeringen en op banen. Je moet niet a priori veroordelen. Als je toch meent te moeten kiezen voor taksen, zorg dan voor een gelijk Europees speelveld. Ga in dit kleine landje met een open economie niet eenzijdig maatregelen opleggen omdat de kas van de regering leeg is, omdat we niet 1 euro meer hebben om crisissen het hoofd te bieden. Aan de burger kunnen we het niet meer vragen, dus haal het maar bij ondernemingen? Nee toch?”