ACS_Afbeelding

Waarom je best nog zo veel mogelijk investeringen in 2019 plant

Rekening houdende met de gewijzigde vennootschapsbelasting, kijk je toch beter even na om die geplande investering nog vóór 2020 uit te voeren.

Aan het tarief in de vennootschapsbelasting zal in 2020 (aanslagjaar 2021) verder worden gesleuteld. Het gewone tarief daalt van 29,58% naar 25%, het verlaagde tarief van 20,4% naar 20%.

Ook de afschrijvingsregels wijzigen op een aantal vlakken vanaf 2020 :

  • Alle vennootschappen zullen verplicht worden pro rata temporis af te schrijven in het jaar van investering. Momenteel kunnen KMO’s hun eerste afschrijvingsannuïteit nog volledig in kost nemen.
  • Ook het degressief afschrijvingsstelsel, waardoor de afschrijvingen versneld in kost worden genomen, zal uitdoven vanaf 2020.

Daarom lijkt het ons aangewezen om investeringen nog voor 2020 uit te voeren. Dit jaar kan er nog geopteerd worden voor het degressief (versneld) afschrijvingsstelsel. Bovendien kunnen KMO’s de eerste afschrijvingsannuïteit volledig in kost nemen, en dit aan een hoger belastingtarief.

Een voorbeeld

Ter illustratie: Een KMO die in december 2019 een investering doet van 100.000 EUR, degressief af te schrijven over 10 jaar, kan in boekjaar 2019 een afschrijving van 20.000 EUR in kost nemen. Hierdoor duwen zij als het ware 20.000 EUR belastbare basis vooruit in tijd waarop een besparing van 4,58% vennootschapsbelasting gerealiseerd wordt.

Indien de KMO diezelfde investering in december 2020 uitvoert, kan in boekjaar 2020 slechts een afschrijving van 833 EUR in kost genomen worden.

Bijkomend wordt voor de aanslagjaren 2019 en 2020 het tarief van de gewone investeringsaftrek tijdelijk verhoogd van 8% naar 20%. Dit betekent concreet dat KMO’s 20% van de aanschaffingswaarde van bepaalde investeringen in mindering kunnen brengen van hun belastbare basis.

De KMO in ons vorig voorbeeld kan dus bijkomend nog een belastingaftrek genieten van 20.000 EUR.

Fiscale optimalisatie

Als de totale oefening wordt gemaakt aan het normale belastingtarief, bedraagt de netto besparing voor de KMO in bovenstaand voorbeeld 9.219 EUR als zij de investering nog in 2019 doorvoert in plaats van 2020.

Ook activa die ter beschikking worden gesteld aan een andere vennootschap kunnen in aanmerking komen voor de investeringsaftrek op voorwaarde dat deze andere vennootschap aan de betreffende voorwaarden voldoet.

Zo kan de investering in een nieuw gebouw dat verhuurd wordt, eveneens genieten van de investeringsaftrek. Hou daarbij rekening met de nieuwe regels inzake BTW en onroerende verhuur die gelden vanaf 2019. Deze zorgen voor een mogelijke BTW-recuperatie bij onroerende verhuur.

Met dit in het achterhoofd zijn er in 2019 dus nog heel wat fiscale optimalisaties mogelijk.